|
column ER KOMT geen einde aan de Europese Unie. Net zoals er geen einde komt aan de geschiedenis, zoals Fukuyama tien jaar geleden nog beweerde. Wel is er reden om stil te staan bij het waarom en waarheen van de Europese samenwerking en integratie. De Europese Unie wordt immers niet alleen een stuk groter de komende jaren, maar is tegenwoordig ook in bijna elk domein van beleid aanwezig. Van mond- en klauwzeer tot asiel- en immigratiebeleid. REDEN GENOEG voor de Nederlandse regering om een extra inspanning te verrichten de Nederlandse bevolking actief te betrekken en voor te lichten. Over de uitbreiding van de Unie - de kansen en de risico's, het hoe en waarom, het nut en de noodzaak. Dit periodiek, onder een onafhankelijke redactie, maar wel mogelijk gemaakt door het ministerie van Buitenlandse Zaken, is een uiting daarvan. DAARNAAST gaat het periodiek ook om legitimiteit en democratie van de Unie, over hoe we de Europese besluiten meer tot besluiten kunnen maken die worden gedragen en begrepen door de burgers van de Europa. Bij de Europese top van Nice afgelopen december is afgesproken dat we hierover een debat gaan voeren dat inmiddels bekend staat als het 'de toekomst van Europa' debat. In 2004 gaan we daar verdere besluiten over nemen.We zijn namelijk van het oorspronkelijke Europa van kolen en staal via het Europa van de boeren tot het Europa van de interne markt en de ene munt gegaan. En nog verder: criminaliteitsbestrijding, asiel- en migratie en ook veiligheid en stabiliteit in de rest van Europa en daarbuiten. Daarmee is Europa in de fase van de politieke unie beland. DIE POLITIEKE UNIE wordt gebouwd op idealen en belangen. In de discussie over het hoe en waarom van de Europese samenwerking gaat het ook om het gemeenschappelijke ideaal dat we hebben. Dat wortelt in een gedeelde geschiedenis op ons continent - een gedeelde cultuur, in grenzen die steeds weer anders lagen. In het besef dat we iets met elkaar te maken hebben. In solidariteit, en in duurzaamheid. En tegelijkertijd in een open blik op en betrokkenheid bij de rest van de wereld. WAT BETEKENT dat gemeenschappelijke ideaal voor de inrichting, de organisatie van de EU? Hoe krijgen we meer legitimiteit, meer zeggenschap van burgers, meer zichtbaarheid en controleerbaarheid van de besluiten die we nemen in Europa? Ik vind dat de politieke macht in de EU meer gezicht, meer smoel moet krijgen. Door bijvoorbeeld meer openbaarheid bij besluiten die we nemen. Door begrijpelijkere besluiten te nemen en minder details willen regelen vanuit Brussel of Straatsburg. Door bijvoorbeeld de voorzitter van de Commissie rechtstreeks te kiezen. Door burgers met correctieve referenda een instrument in handen te geven waarmee zij hun politici kunnen bijsturen. HOE WE DAAR precies moeten komen, is niet zo eenvoudig te bepalen. Daarom leg ik - en het hele kabinet - het oor te luister in Nederland en daarbuiten. Bijvoorbeeld via een publieke discussiebijeenkomst op 11 april in Amsterdam met een aantal buitenlandse gasten, waaronder de Amerikaanse Europa-kenner Larry Siedentop, de Duitse journalist Christoph Bertram (Die Zeit), de Franse politicus Jean-Louis Bourlanges (EP), en Piotr Nowina-Konopka (Europa College) uit Warschau. In mei zal de regering dan met een eerste standpunt naar de Tweede Kamer komen over deze onderwerpen. Ik hoop dat dit de discussie over de toekomst van Europa verder aanwakkert en ben benieuwd naar de resultaten ervan.
D I C K B E N S C H O P
|