@europa 1

een kritisch email en faxmagazine over europa www.ateuropa.nl verschijnt elke 2 weken op zaterdag

 

Touwtrekken over dagelijkse politiek of de toekomst van Europa

Hoekema: ‘Nederland stuurloos in Europa’

D66-Tweede Kamerlid Jan Hoekema vindt dat de Nederlandse regering een ‘stuurloze indruk’ maakt in haar denken over Europese integratie. Lodewijk de Waal, voorzitter van de FNV, schaart zich daarentegen achter de stap-voor-stap-aanpak van minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen.

In een speech op het Instituut Clingendael op 13 maart betitelde Van Aartsen de discussies over de toekomst van Europa als een ‘vlucht voorwaarts’. Hij wil het debat niet voeren over brede, theoretische kwesties, maar over concrete zaken die de burger direct aangaan. Hoekema vindt de benadering van Van Aartsen ‘erg slecht’. ‘Van Aartsen sluit zichzelf hiermee als minister uit van het fundamentele debat over Europa. Daarnaast hanteert hij een valse tegenstelling van discussie over kleine stapjes enerzijds en debat over het einddoel anderzijds. Beide benaderingen kunnen prima samengaan. Door de steeds wisselende signalen van zowel Kok als Benschop maakt de Nederlandse regering een stuurloze indruk. Wat D66 betreft worden er geen taboes geschuwd over de toekomst van Europa, ook het woord "federatie" niet.’ FNV-voorzitter Lodewijk de Waal steunt Van Aartsen echter. ‘Een fundamenteel debat zal niet zoveel directe gevolgen hebben, maar eerder een aantal urgente zaken als het sociaal werknemersrecht en de uitbreiding van de Unie in het gedrang brengen. Het Europees Parlement zal zelf, vanuit de bestaande situatie, meer macht moeten grijpen.’ vervolg op pagina 4

over @europa

Dit is het eerste nummer van @europa, een onafhankelijk opiniërend fax- en emailmagazine dat elke twee weken op zaterdag verschijnt. @europa wordt mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het ministerie van Buitenlandse Zaken @europa is ook te vinden op internet: www.ateuropa.nl. Maar wie het zich gemakkelijk wil maken neemt een gratis abonnement per email. Aanmelden kan door een mailtje te sturen aan info@ateuropa.nl. Meer informatie staat in het colofon en in de column ach Europa… op pagina vijf.


Bureaucratisch Europa houdt rug recht in MKZ-crisis

Braks: ‘Na crisis vaccinatieverbod heroverwegen’

De EU is afstandelijk, bureaucratisch en toont gebrek aan leiderschap in de aanpak van de MKZ-crisis. Dat meent Gert van Dijk, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad voor Land- en Tuinbouw. Oud-minister van Landbouw Gerrit Braks en VVD-Kamerlid Gert-Jan Oplaat zijn positiever over de crisisbestendigheid van de Unie: ‘In crisistijd houdt de EU haar rug recht,’ meent Oplaat. Beiden willen opheffing van het vaccinatieverbod, maar dan wel langs Europese weg.

Gert van Dijk, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw, vindt de EU niet echt slagvaardig: ‘Het heeft drie weken geduurd voor er een besluit kwam over het vaccineren van beesten in dierentuinen. Dat zegt wat over de bureaucratie. Veel belangrijker nog vind ik het gebrek aan leiderschap. Ik vind dat de Europese leiders in de crisis geen gezicht hebben getoond. Er is geen oog geweest voor de grote culturele verschillen tussen de lidstaten onderling. In Nederland is de discussie veel heftiger dan in Frankrijk, waar alleen af en toe een prefect zich roert. Iemand als Eurocommissaris Byrne van Volksgezondheid heeft zich geen meester in crisiscommunicatie getoond. Compassie ontbreekt, hij wordt niet voor niets ook wel ‘Burn’ genoemd. Allerlei waarden zijn geofferd op de altaren van de boekhouders.’ Gerrit Braks was als minister van Landbouw eind jaren ‘80 medeverantwoordelijk voor de invoering in 1991 van het verbod op MKZ-vaccins. Braks prijst de EU om het handhaven van het vaccinatieverbod: ‘Je moet consistent zijn in het beleid dat je hebt uitgestippeld. De Europese Unie heeft zich in internationale verdragen gecommitteerd aan het vaccinatieverbod.

vervolg op pagina 2

Macedonië verwacht hulp NAVO

Tweede Kamerlid Blaauw (VVD):

‘Macedonië moet geen NAVO-show worden’

 

Militaire acties van Albanese rebellen in Macedonië veroorzaakten paniekreacties in heel Europa: het rommelt weer op de Balkan. De NAVO en de EU reageren terughoudend. Volgens VVD-Tweede Kamerlid Jan-Dirk Blaauw is ‘de Macedonische regering aan zet om het conflict op te lossen’. Milijana Danevska, de Macedonische ambassadeur in Nederland, verwerpt deze opvatting: ‘De ontwapening van de Albanese extremisten is de belangrijkste voorwaarde om tot een oplossing van deze kwestie te komen. We verwachten daarbij hulp van de NAVO in de hele regio.’

In Macedonië heerst inmiddels weer een betrekkelijke rust, maar volgens PvdA-Europarlementariër Jan-Marinus Wiersma hoeft dit niet lang te duren: ‘De angst voor destabilisering van deze regio is nog steeds gegrond. De oorzaken van de spanningen, terug te leiden tot diep gewortelde etnische tegenstellingen, zijn nog lang niet weggenomen.’

Volgens Dirk-Jan Blaauw is de stabiliteit ‘afhankelijk van de bereidheid van de Macedoniërs om de Macedonische Albanezen meer in hun wensen tegemoet te komen. Tot dusver heeft de Macedonische regering geen wezenlijke bijdrage geleverd aan de oplossing voor het conflict. Zij zijn nu aan zet. Het is immers niet de bedoeling dat het in Macedonië een grote NAVO-show wordt.’ De Macedonische ambassadeur Danevska is het hier niet mee eens: ‘Het is geen kwestie van de dialoog beginnen, daar zijn we al jaren mee bezig. Albanese ministers zijn goed vertegenwoordigd in onze regering. Het aantal Albanezen dat Macedonië heeft verlaten is buitengewoon klein, wat iets zegt over de tolerantie in ons land. Het parlement is eensgezind om de Macedonische Albanezen en Macedoniërs bijeen te brengen.’ Danevska: ‘Ontwapening van de extremisten is een belangrijke voorwaarde om dit probleem op te lossen. We verwachten daarbij hulp van de NAVO in de hele regio.’ Ontwapening zal volgens Wiersma nog niet zo makkelijk zijn: ‘De rebellen zwerven in kleine groepen rond, de illegale wapenhandel tiert welig en wapenopslagplaatsen zijn moeilijk te vinden. Het is onmogelijk om het hele land uit te kammen.’

Volgens Maarten Doude van Troostwijk, verkiezingswaarnemer en publicist, speelt het Westen ‘een hooghartig en cynisch spelletje’. Troostwijk: ‘Het Westen weet het voortdurend beter voor iedereen, in dit geval voor de Macedoniërs. En het ene moment zijn de rebellen vrienden, zoals destijds in Kosovo, het andere moment zijn het de vijanden van het Westen. Dat is cynisch. Het Westen schuift van alliantie naar alliantie en behandelt de Balkanlanden als een soort moderne vazalstaten.’


vervolg MKZ pagina 1

Die afspraken kun je niet eenzijdig teniet doen. Wel moeten we ons afvragen of het beleid nog deugt. Er wordt veel meer met beesten gesleept dan tien jaar geleden. Er zijn alternatieve vaccins in ontwikkeling die duidelijk te traceren zijn in vlees zodat vaccineren de export niet meer hoeft te schaden. Belangrijk is ook dat de maatschappij sterk is veranderd. Er is een veel groter bewustzijn voor hoe we met dieren omgaan. Daarom moet het non-vaccinatiebeleid heroverwogen worden. Maar wel in internationaal verband en niet eenzijdig.’ VVD Tweede Kamerlid Oplaat heeft gemengde gevoelens over de aanpak van de MKZ-epidemie. ‘Als Nederlandse parlementariër pleit ik voor het opheffen van het vaccinatieverbod. Maar als Europeaan kan ik niet anders zeggen dan dat de EU haar rug recht houdt. We moeten niet vergeten dat bijvoorbeeld een land als Denemarken, met een grote export op landen als de VS en Japan, enorme economische schade op zou lopen als vaccineren toe zou worden gestaan. In het vlees is immers dan niet meer te zien of beesten besmet zijn geweest of alleen gevaccineerd zijn. Nederland zou dan ook indirecte schade leiden, want de Denen zouden hun vlees dan proberen te verkopen op de Europese markt.’

 

Sterckx: ‘Eurotax voorwaarde voor een democratischer belastingheffing’

Bos: ‘Verhofstadt raakt verkeerde nationale sentimenten’

Staatssecretaris van Financiën Wouter Bos (PvdA) keert zich tegen het door de Belgische premier Verhofstadt begin februari gelanceerde idee van een Eurotax, een direct aan de Europese Unie betaalde belasting. Zijn partijgenoot, Europarlementariër Ieke van den Burg en haar collega Dirk Sterckx (Vlaamse

Liberalen) reageren echter positief op Verhofstadt’s voorstel.

De lidstaten betalen nu al een klein percentage van het Bruto Nationaal Product (1,27 procent) aan de Europese Unie. Als Europese burgers zelf hun belastingen direct aan de Europese Unie zouden betalen, wordt het veel duidelijker wat er met hun belasting-geld gebeurt. De betrokkenheid met Europa zal toenemen, zo luidt de redenering achter de Eurotax. PvdA-Europarlementariër Ieke van den Burg vindt het voorstel van de liberaal Verhofstadt ‘moedig’, en ziet er grote mogelijkheden in.‘Om de negatieve effecten van concurrentie te verminderen zou je vennootschaps-belasting, ecotax, BTW en accijnzen goed via een Eurotax kunnen regelen. Het voordeel is dat je dan in één keer van de gevechten tussen lidstaten, compenserende subsidies en het rondpompen van geld af bent.’

Haar partijgenoot, Staatssecretaris van Financiën Wouter Bos, is veel minder enthousiast. Een Eurotax beschouwt hij op de lange termijn wel als positief, omdat het een ‘directere, zichtbare binding met het beleid van de EU’ tot stand zal brengen. Maar de discussie is volgens hem veel te vroeg begonnen, een Eurotax is ‘voorlopig nog niet aan de orde’. Belangrijkste bezwaar van een naar Brussel verschoven belasting is het gebrek aan democratische controle: ‘Europa heeft nog lang niet de mate van democratie bereikt die aan het recht om belasting te heffen verbonden moet zijn.’ Bos is bang voor een tegenreactie: ‘Verhofstadt raakt de verkeerde nationale sentimenten door nu al voor een Eurotax te pleiten. Belastingheffing raakt nu nog aan de kern van de nationale soevereiniteit.’ Bos denkt ook niet dat met een Eurotax belastingheffing efficiënter wordt. ‘Voor bedrijven kunnen we met verdere belastingcoördinatie tussen de lidstaten nog heel veel doen. Dit geldt ook voor indirecte belastingen als de ecotaks en de accijnzen.’

Jacques Pelkmans, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Europese Integratie aan de Universiteit Maastricht, ziet efficiëntie wel als een voordeel: ‘Een Europese belasting zou een efficiënt antwoord zijn op een aantal Europese belastingkwesties die betrekking hebben op goederen, diensten of productiefactoren met een hoge mobiliteit over de grenzen heen, bijvoorbeeld de kapitaalvlucht binnen de Unie naar het land met de laagste belastingen, of een CO2-belasting.’ Maar hij wijst op de leus van de Amerikaanse Revolutie – no taxation without representation - net zo verdient de Eurotax een sterke Europese volksvertegenwoordiging. . En ‘voor een paar procent Europese belasting is het niet voldoende de hele structuur van de Unie op z’n kop te gooien. Het vereist een federalisering van de instituties, waarbij vergeleken de hervormingen van Nice peanuts zijn. Het Europees parlement zal volledig moeten beslissen over het uitgeven van de belastingen. Een zeer grote sprong, waarmee bijvoorbeeld de Engelsen, en vermoedelijk vele andere lidstaten, niet gauw akkoord zullen gaan.’

Voor Dirk Sterckx, Europarlementariër voor de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD), is juist het vooruitzicht van de grootschalige hervormingen die voor een Eurotax nodig zijn een belangrijk pluspunt. De huidige nationale winning van de Europese belastingen is ook niet democratisch, betoogt hij: ‘Het nadeel van de bestaande belastingcoördinatie is dat de democratische controle sterk tekortschiet. Europese belastingregelingen worden nu in de nationale parlementen gewoon aanvaard, omdat men zich nu eenmaal gebonden voelt aan de eigen minister. Voor een Europese belasting zal er een federale structuur nodig zijn met een Europese politieke autoriteit onder controle van het Europees Parlement. Ik denk bijvoorbeeld aan een door de Unie geheven milieubelasting, die burgers zou laten zien dat Europa belangrijk is en echt bestaat. Dan moet de nationale belasting natuurlijk wel met een gelijkwaardig bedrag verlaagd worden. Net als bij de EMU kan een beperkte groep landen hierin versterkt gaan samenwerken.’

 

Faber (IKV) vreest ‘groot verschil tussen formele en werkelijke rechtstaat’

Behandeling Roma bepalend voor snelle toetreding kandidaat-lidstaten

Van het versoepelen van het oordeel over de mensenrechtensituatie in Centraal-Europese lidstaten kan geen sprake zijn. Landen als Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië dienen een antwoord te vinden op de ongelijke behandeling van de Roma. Dit menen GroenLinks-Tweede Kamerlid Farah Karimi en Josephine Verspaget, voorzitter van de Intergouvernementele Commisssie voor de Roma. Voorzitter Mient-Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad vreest ‘een groot verschil tussen formele rechtstaten en hun optreden in de praktijk’.

Polen, Slowakije, Tjechië en Hongarije staan vooraan in de rij om toe te treden tot de Europese Unie. Economisch gezien liggen zij op schema, zo luiden de officiële berichten. Maar wat betreft de mensenrechten en minderheden-kwesties moet er nog veel gebeuren, meent Mient-Jan Faber. ‘Formeel zullen de kandidaat-lidstaten wel -voldoen aan alle criteria, maar in de praktijk zal het anders liggen.

Vooral wat betreft de situatie van minderheden en mensenrechten. Het gevaar bestaat dat een formele rechtstaat er heel anders uit zal komen te zien dan de werkelijke rechtstaat. Dat probleem doet zich sterker voor naarmate je verder naar het oosten kijkt. Kandidaat-lidstaten als Hongarije en Tsjechië zullen er wel in slagen de aparte positie en behandeling van Roma, de grootste minderheidsgroep in Centraal-Europa, in hun land te verhullen. Maar als Roemenië en Bulgarije ook toetreden, kan dit probleem niet meer verontachtzaamd worden. Het gevaar bestaat dat de leiders in zowel de kandidaat-lidstaten als de huidige Europese Unie zich ervan af zullen maken door de Roma te bestempelen als een onhanteerbare groep die tussen wal en schip valt. Bovendien zal men adviseren steeds naar lokale omstandigheden te handelen. Dat lost het probleem niet op.’ Josephine Verspaget meent dat de EU haar ogen niet mag sluiten voor de mensenrechtensituatie in de Centraal-Europese kandidaat-lidstaten. ‘De achterstand van de Roma is de afgelopen tien jaar steeds groter geworden. Dat is wrang. Het is in eerste plaats aan de nationale regeringen om de hier wat aan te doen. Toch zie ik ook positieve ontwikkelingen. Zo zijn er door de EU en de Raad van Europa de Helsinki richtlijnen opgesteld om tot een verbetering van de situatie van de Roma te komen. De uitvoering laat nog veel te wensen over.’ Ook GroenLinks-Tweede Kamerlid Farah Karimi wil van geen concessies weten als het gaat om de mensenrechten. ‘Ik ben bezorgd dat de economische voorwaarden veel zwaarder zullen wegen dan die voor de mensenrechten. Wat mij betreft kan er geen sprake van zijn dat het oordeel over de mensenrechtensituatie versoepeld wordt om een snelle toetreding te bevorderen. De huidige lidstaten moeten echter niet alleen met het opgeheven vingertje zwaaien, maar zelf de helpende hand bieden om de mensenrechtensituatie te verbeteren.’


vervolg Debat pagina 1

Hans van Baalen, Tweede Kamerlid voor de VVD, is het met De Waal eens. ‘Wat nu aan de orde is, is de toetreding van de  Centraal- en Oosteuropese landen. Als je je nu gaat bezighouden met institutionele navelstaarderij, dan werkt dat als een blokkade. Een staatsbestel wordt bovendien niet op de tekentafel ontworpen, maar ontstaat geleidelijk. Je moet pas veranderingen aanbrengen als de structuur niet meer voldoet. Er ontstaat geen belangstelling voor Europa door een groot institutioneel debat, wel door effectieve controle op de macht . Meer invloed van het Europese parlement zal bevochten moeten worden.’

Lousewies van der Laan, Eroparlementariër voor D66, vindt het daarentegen ‘gevaarlijk’ om ‘niet eerlijk te zijn over de einddoelen’ en op huidige, geleidelijke, methode verder te gaan. ‘De steun onder de bevolking voor projecten als de uitbreiding van de EU in opiniepeilingen is miniem, daarvoor zullen we later de rekening betalen. Je moet een eerlijk debat voeren over de einddoelen van Europa. De bevolking moet direct in referenda kunnen beslissen, anders blijft het bij een discussie voor intellectuelen.’ Ook Arend-Jan Boekestijn, historicus aan de Universiteit Utrecht, wil een debat over de toekomst voeren.‘Als Kok en Benschop nu eens open toegeven wat de sociale gevolgen van de EMU zijn, dan onstaat er vanzelf een debat. Iedereen zou dan verbaasd zijn hoeveel invloed de Europese integratie nu al op de Nederlandse politiek heeft. De verzorgingsstaat zal in Nederland zwaar onder druk komen te staan door de concurrentie tussen lidstaten op sociaal beleid. Nederland heeft binnenkort een inflatie van 6 procent, iets wat vroeger nooit geaccepteerd zou zijn. Om de EMU in goede banen te leiden zullen grote delen van de nationale soevereiniteit moeten worden afgestaan aan een Europese Politieke Unie. Het is daarom volledig legitiem om nu over de toekomst van Europa te debatteren. Wat dit betreft was Van Aartsen’s speech ongelooflijk oppervlakkig.’

column

ach Europa…

‘er moet debat komen! Er moet visie komen!’, zo klinkt vaak de noodkreet van in het nauw gedreven politici, journalisten en academici als het om de toekomst van Europa gaat. Aan het belang van dit debat hoeft niemand te twijfelen. De constante uitwisseling van meningen is een minimum-voorwaarde voor het nemen van besluiten, en daarom onontbeerlijk in een democratie.

dit geldt zeker voor een onderwerp als Europa, dat een steeds belangrijker plaats inneemt in ons dagelijkse leven. Er zijn essentiële problemen in het uitgebreide Europa die vrijwel nooit aan de orde komen. We vinden allemaal dat de Centraal-Europese landen economisch klaar moeten zijn voor uitbreiding. Maar kunnen we het eigenlijk zelf wel aan? Is het gemeenschappelijk landbouwbeleid nog wel te betalen in een groter Europa? Gaan we het schrappen, handhaven of hervormen? En achter zelfs de kleinste discussie over dit soort praktische problemen gaan essentiële tegenstellingen schuil, die aan het zicht onttrokken blijven, maar wel bepalend zijn voor de toekomst van Europa.

willen we een Europa van de natie-staat of een Europese superstaat, een democratisch Europa of een Unie van democratische staten, een Europese defensie of een defensieloos Europa, een sociaal Europa of een Europa van de markt, een Fort Europa of een open Europa, een Europa van de Grote Drie of een Europa van de mini-machtjes?

‘er moet debat komen! Er moeten visies komen!'’Maar waar zijn ze dan? De brede visies en de sterke opinie over een detail, het maatschappelijke debat en de twisten tussen specialis-ten?

Om deze discussie te voeren is een arena nodig. @Europa vervult de dringende behoefte aan een platform voor Nederlandse meningsvorming over Europa, en zal op zoek gaan naar ideeën en meningen, onenigheid en overeenstemming, discussie en debat, visie en opinie over de plaats van Nederland in Europa en de plaats van Europa in Nederland.

de redactie van @europa

 

 

 

Er moet debat komen – dat is de lokroep van @Europa. Vanaf het volgende nummer zal de rubriek Ach Europa wekelijks gevuld worden met scherpe, kritische, harde en opbouwende meningen en observaties over de toekomst van Europa door opiniemakers uit binnen- en buitenland. Ideeën? Mail info@ateuropa.nl


 

 

 

 

 

 

 

Colofon

@europa is een opiniërend fax- en emailmagazine over Europa. De redactie stelt zich ten doel het debat over de toekomst van Europa te stimuleren. @europa verschijnt om de twee weken op zaterdag en wordt gemaakt door een onafhankelijke redactie. @europa wordt mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

redactie

Mark Beunderman, Eefje Blankevoort, Lennart Booij, Erik van Bruggen, Ivo van Duijneveldt, Alex Klusman, Vanessa Lamsvelt, Simon van Melick, Martin Mevius, Jan Middendorp. Aan dit nummer werkte mee: Dick Benschop

redactieadres

@europa, Prinsengracht 1, 1015 DK Amsterdam, Nederland

telefoon: 020-520.52.85, fax: 020-884.78.80,

www.ateuropa.nl

aanmelden

Aanmelden voor een gratis mailabonnement kan door een mailtje te sturen naar info@ateuropa.nl.

 

 

 

column

uit het kabinet

er komt geen einde aan de Europese Unie. Net zoals er geen einde komt aan de geschiedenis, zoals Fukuyama tien jaar geleden nog beweerde. Wel is er reden om stil te staan bij het waarom en waarheen van de Europese samenwerking en integratie. De Europese Unie wordt immers niet alleen een stuk groter de komende jaren, maar is tegenwoordig ook in bijna elk domein van beleid aanwezig. Van mond- en klauwzeer tot asiel- en immigratiebeleid.

reden genoeg voor de Nederlandse regering om een extra inspanning te verrichten de Nederlandse bevolking actief te betrekken en voor te lichten. Over de uitbreiding van de Unie – de kansen en de risico’s, het hoe en waarom, het nut en de noodzaak. Dit periodiek, onder een onafhankelijke redactie, maar wel mogelijk gemaakt door het ministerie van Buitenlandse Zaken, is een uiting daarvan.

daarnaast gaat het periodiek ook om legitimiteit en democratie van de Unie, over hoe we de Europese besluiten meer tot besluiten kunnen maken die worden gedragen en begrepen door de burgers van de Europa. Bij de Europese top van Nice afgelopen december is afgesproken dat we hierover een debat gaan voeren dat inmiddels bekend staat als het ‘de toekomst van Europa’ debat. In 2004 gaan we daar verdere besluiten over nemen.We zijn namelijk van het oorspronkelijke Europa van kolen en staal via het Europa van de boeren tot het Europa van de interne markt en de ene munt gegaan. En nog verder: criminaliteitsbestrijding, asiel- en migratie en ook veiligheid en stabiliteit in de rest van Europa en daarbuiten. Daarmee is Europa in de fase van de politieke unie beland.

die politieke unie wordt gebouwd op idealen en belangen. In de discussie over het hoe en waarom van de Europese samenwerking gaat het ook om het gemeenschappelijke ideaal dat we hebben. Dat wortelt in een gedeelde geschiedenis op ons continent – een gedeelde cultuur, in grenzen die steeds weer anders lagen. In het besef dat we iets met elkaar te maken hebben. In solidariteit, en in duurzaamheid. En tegelijkertijd in een open blik op en betrokkenheid bij de rest van de wereld.

wat betekent dat gemeenschappelijke ideaal voor de inrichting, de organisatie van de EU? Hoe krijgen we meer legitimiteit, meer zeggenschap van burgers, meer zichtbaarheid en controleerbaarheid van de besluiten die we nemen in Europa? Ik vind dat de politieke macht in de EU meer gezicht, meer smoel moet krijgen. Door bijvoorbeeld meer openbaarheid bij besluiten die we nemen. Door begrijpelijkere besluiten te nemen en minder details willen regelen vanuit Brussel of Straatsburg. Door bijvoorbeeld de voorzitter van de Commissie rechtstreeks te kiezen. Door burgers met correctieve referenda een instrument in handen te geven waarmee zij hun politici kunnen bijsturen.

hoe we daar precies moeten komen, is niet zo eenvoudig te bepalen. Daarom leg ik – en het hele kabinet - het oor te luister in Nederland en daarbuiten. Bijvoorbeeld via een publieke discussiebijeenkomst op 11 april in Amsterdam met een aantal buitenlandse gasten, waaronder de Amerikaanse Europa-kenner Larry Siedentop, de Duitse journalist Christoph Bertram (Die Zeit), de Franse politicus Jean-Louis Bourlanges (EP), en Piotr Nowina-Konopka (Europa College) uit Warschau. In mei zal de regering dan met een eerste standpunt naar de Tweede Kamer komen over deze onderwerpen. Ik hoop dat dit de discussie over de toekomst van Europa verder aanwakkert en ben benieuwd naar de resultaten ervan.

 

d i c k b e n s c h o p

staatssecretaris Buitenlandse Zaken