|
column De terroristische aanslagen in New York hebben alles op scherp gesteld. Tijdens een crisis blijkt namelijk pas echt wat wij aan elkaar hebben. Zo werd de afgelopen weken weer eens inzichtelijk dat Europa niet in staat is om een werkelijke gemeenschappelijke buitenlandse politiek tot stand te brengen. Blair, Chirac, en Duitse politici overschaduwden het amechtig hijgende Belgisch voorzitterschap. De huidige crisis maakt nog meer breuklijnen in Europa zichtbaar. De crisis wierp niet alleen zijn schaduw over de toch al zwakke Amerikaanse economie maar ook over de Europese economieën. En ja hoor, we hadden het kunnen verwachten, zodra de groei tegenvalt wordt er gemopperd over het stabiliteitspact. Dat gemopper was normaal. Het feit echter dat ook Duitsers gingen morren was nieuw. Dit vereist enige uitleg. Hoewel een EMU eigenlijk niet goed kan functioneren zonder hechte politieke integratie bleek een politieke unie in de jaren negentig onhaalbaar. Om deze reden werd er gezocht naar alternatieve reguleringsinstrumenten. In 1996 meenden de Duitsers dit met het stabiliteitspact gevonden te hebben. Zij vreesden namelijk dat sommige Euro-landen de verleiding niet zouden kunnen weerstaan om een groot begrotingstekort te laten ontstaan. De rente binnen het Eurogebied zou dan stijgen waardoor bijvoorbeeld de Duitsers zouden moeten meebetalen aan de spilzucht van de Grieken. Om dit te voorkomen werden lidstaten verplicht om hun begrotingstekort niet hoger te laten oplopen dan 3 % van hun BNP. Voldeed men daar niet aan dan kon men een boete verwachten die kon oplopen tot 0,5 % van het BNP. Deze Duitse argumentatie, die door Zalm werd ondersteund, werd vanaf het begin bekritiseerd. Sommige economen menen dat in het geval dat één Euroland veel geld leent, het effect op de rente in de overige Eurolidstaten minimaal is. Zolang er geen financiële reddingsoperatie wordt ondernomen door de andere lidstaten, en de EMU regels verbieden dit, zal de rente het meeste stijgen in het spilzieke land. De conclusie van deze critici was dat het stabiliteitspact overbodig was omdat de markt slecht beleid zou afstraffen. De Duitsers en Zalm bleven er echter op hameren dat acties van een spilziek land ook zouden leiden tot een hogere inflatie en hogere rente in de spaarzame landen. Bovendien moest men alles doen om de geloofwaardigheid van de Euro te vergroten. Nu ook in Europa in economische problemen lijkt te komen speelt dit meningsverschil weer op. Probleem voor Nederland is echter dat de oude partner, Duitsland, niet meer zo lijkt te geloven in de wijsheid van het stabiliteitspact. De Duitse Minister van Financiën, Eichel, probeerde in augustus van dit jaar al om het stabiliteitspact niet meer toe te passen op begrotingstekorten maar op de hoogte van de uitgaven. Tijdens een recessie werken de automatische fiscale stabilisatoren van het pact immers procyclisch. Dat wil zeggen dat een land dat reeds te kampen heeft met teruglopende bestedingen ook nog eens de belasting moet verhogen of uitgaven beteugelen. Eichel werd echter teruggefloten door Schröder. De laatste weken lijken de Belgen, Italianen en Fransen steeds meer gehoor in Duitsland te vinden voor hun pleidooi om de toegestane tekorten aan te passen aan de conjunctuur. Verleden week bleek bijvoorbeeld dat de heer Breuer, de President van de Deutsche Bank er ook zo over dacht. Ook hij werd teruggefloten maar Zalm hield zijn adem in. Het zal mij niet verbazen als over een jaar als de introductie van de EURO achter de rug is, het stabiliteitspact geamendeerd zal worden. Als dat gebeurt rest ons slechts nog de hoop dat het marktmechanisme slecht beleid zal afstraffen. De geschiedenis leert ons echter dat politici regelmatig doof zijn voor de boodschap van de markt. Waarvan acte. De EMU is en blijft een experiment.
Arend Jan Boekestijn
|