BRINKHORST: 'SLECHTS VIER OF VIJF LANDEN TREDEN TOE IN 2004'
Problemen met uitvoering regelgeving EU na toetreding levensgroot
Minister van Landbouw, Laurens Jan Brinkhorst, is sceptisch over de
plannen van de EU om in 2004 tien kandidaat-lidstaten in één 'Big
Bang' te laten toetreden. Landen moeten op hun eigen merites
beoordeeld worden, en dan zullen slechts vier of vijf landen EU-lid
kunnen worden. Volgens Hans Wolters, directeur van het politiek bureau
voor de Europese Unie van Greenpeace, zal dit ten koste gaan van het
milieu.
De Europese Commissie heeft in haar jaarrapport van 13 november laten
weten dat zij tevreden is over de voortgang van de kandidaat-lidstaten
in het voldoen aan de basiseisen voor EU -lidmaatschap. Het overnemen
van de Europese wetgeving, bijvoorbeeld op milieugebied, is een
absolute voorwaarde voor toetreding. Maar invoering ervan betekent nog
niet dat wetten ook automatisch uitgevoerd zullen worden.
'Big bang'
Daarvoor is volgens Minister van Landbouw Laurens Jan Brinkhorst (D66)
eerst een bestuurlijke verandering in de kandidaat-lidstaten
noodzakelijk: 'De bestuurscultuur in de kandidaat-lidstaten is lange
tijd hiërarchisch en centralistisch geweest. In zekere zin is dit
positief gebleken voor een uniforme toepassing van Europese
regelgeving. Er is echter nog wel een flinke institutionele
verandering nodig om in staat te zijn de Europese regelgeving ook echt
na te leven.' Hiervoor is nog wel de tijd. Ondanks het positieve
rapport van de Commissie verwacht Brinkhorst niet dat de meeste
kandidaat-lidstaten in 2004 aan de eisen zullen voldoen. 'Het is niet
waarschijnlijk dat alle kandidaat-lidstaten tegelijkertijd zullen
toetreden. Ieder land zal op zijn eigen merites beoordeeld moeten
worden. Een gefaseerde toelating, met een eerste groep van vier of
vijf landen is daarom waarschijnlijker dan dat tien landen
tegelijkertijd zich in 2004 bij de EU aansluiten.' Brinkhorst gaat
daarmee lijnrecht in tegen de "Big Bang"-uitbreiding, het huidige
Europese voornemen in 2004 acht Oost-Europese landen samen met Malta
en Cyprus EU-lid te laten worden. Hans Wolters, directeur van het
politiek bureau Greenpeace voor de Europese Unie, is het hier niet mee
eens en meent dat toetreding van de tien kandidaat-lidstaten in 2004
zal moeten plaatsvinden: 'Als de toetreding wordt uitgesteld, betekent
dit tevens uitstel van investeringen in het milieu in de
kandidaat-lidstaten. Op dit moment wordt er in Oost-Europa nog teveel
geïnvesteerd in vervuilende energiewinning, zoals steenkoolfabrieken.
Voor de lange termijn zou het beter zijn te investeren in hernieuwbare
energie.'
Papieren wetten
Hij ziet echter wel, net als Brinkhorst, het gevaar dat wetgeving
louter op papier wordt overgenomen:
'Van een maatschappelijk draagvlak in de kandidaat-lidstaten is nog
geen sprake. Er zullen niet-gouvernementele organisaties opgezet
moeten worden om kritische informatie te verspreiden en het proces te
volgen. In Oost-Europa wordt op een onvolwassen manier gedacht over
milieu. Het is het nog teveel apart beleid in plaats van een echte
doelstelling.'
Jan Marinus Wiersma, Europees Parlementslid voor de PvdA, meent op
bestuurlijk niveau al wel een verandering te ontwaren: 'Er vindt
stapsgewijs een structuurverandering plaats, voornamelijk in de
bestuurlijke lagen van de kandidaat-lidstaten. Deze cultuurverandering
komt onder andere tot stand onder invloed van controleregels vanuit de
EU.' Toch vindt Wiersma het onredelijk om van de kandidaat-lidstaten
te eisen dat ingevoerde Europese wetten allemaal direct uitgevoerd
kunnen worden: 'Milieuwetgeving op het gebied van bijvoorbeeld
waterzuivering brengt enorme kosten met zich mee. Het is onredelijk om
te eisen dat er opeens voldoende geld beschikbaar is om dure
waterzuiveringsinstallaties te bekostigen. Zeker omdat hiervoor door
de Europese Unie op dit moment nog te weinig geld beschikbaar wordt
gesteld.'
En na de toetreding?
Egbert Tellegen, hoogleraar Milieukunde bij de leerstoelgroep
Oost-Europese geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, is
optimistisch over de voortgang die de kandidaat lidstaten maken, maar
ziet problemen voor de toekomst: 'Met het voldoen aan de voorwaarden
is het nu positief gesteld, maar dat zal veranderen vanaf het moment
dat de kandidaat-lidstaten tot de Europese Unie behoren. In de huidige
aanloopfase doen de kandidaat-lidstaten hun uiterste best om de
Europese wetten in te voeren en te voldoen aan de eisen. Het is nog
maar de vraag of deze tendens zich zal voortzetten na toetreding tot
de EU. Invoering van wetten is geen garantie voor de uitvoering ervan
in de praktijk. Het gevaar bestaat dat de interne dynamiek van de
kandidaat-lidstaten na toetreding vermindert en een remmende factor
gaat vormen in de besluitvorming in Brussel.'
terug naar de index