|
COLUMN De invoering van Eurobiljetten en -munten in januari zal een monumentaal ogenblik zijn voor de twaalf leden van de Eurozone. Het zal ook met scherpe belangstelling worden gadegeslagen door diegenen die er buiten blijven, niet in het minst door Groot-Brittannië. Want als er een ding is waarover Britse voor- en tegenstanders van monetaire unie het eens zijn, dan is het dat het besluit al of niet mee te doen het beslissende moment zal zijn van New Labour's tweede regeringstermijn. Niemand twijfelt eraan wat Blair wil. Het geloof dat het lot van Groot-Brittannië in het hart van Europa ligt is een van zijn politieke basisovertuigingen. Hij weet dat zijn visie onbereikbaar zal zijn zo lang Groot-Brittannië afstand blijft houden van wat de kern van het Europese project is geworden. De toespraken van Blair bevatten herhaaldelijke verwijzingen naar de prijs die Groot-Brittannië betaalde voor het buiten de EEG blijven toen die in 1957 werd opgericht, samen met waarschuwingen dat we die zelfde fout niet nogmaals moeten maken. De boodschap is impliciet, maar niettemin helder. Het besluit een referendum te houden zal niet, zoals Tony Blair beweert, uiteindelijk afhangen van economische factoren. De belangrijkste obstakels voor zijn ambitie zijn politiek: de ingebakken vijandigheid van Britse publieke opinie en de scepsis van zijn minister van Financiën, Gordon Brown. Opinieonderzoek blijven meerderheden van zesenzestig tot vijfenzeventig procent tegen lidmaatschap registreren. Blair heeft altijd geloofd dat deze oppositie, weliswaar breed, maar ondiep is, en te overkomen is, zoals bij het referendum van 1975 voor EEG-lidmaatschap het geval was. Hij hoopt dat de invoering van biljetten en munten het al wijdverbreide geloof zal versterken dat de Euro blijvend en Brits lidmaatschap onvermijdelijk is. Een succesvolle uitkomst van de top in Barcelona, die volgend voorjaar gehouden wordt, zal hem toestaan te betogen dat Britse ideeën over economische hervorming serieus genomen worden. Als de publieke opinie milder wordt, staat de weg vrij voor een intensieve campagne en een referendum in de herfst van volgend jaar of, op zijn laatst, de lente van 2003. Zelfs als dit gebeurt lijkt het onwaarschijnlijk dat de meerderheid al voor een formele campagne het lidmaatschap van de Euro zal ondersteunen. Een referendum uitroepen behelst het soort politieke risico dat Tony Blair nooit eerder bereid is geweest te nemen. Toch kan dit nog blijken het makkelijkste deel te zijn. Groot-Brittannië hanteert vijf criteria waaraan de economie moet voldoen voordat het land zich kan aansluiten bij de Euro. Als de persoon die verantwoordelijk is voor het beoordelen van die vijf criteria heeft Gordon Brown in de praktijk een veto over lidmaatschap van de Euro. De kleinste hint dat hij twijfels heeft zal genoeg zijn om een poging tot een referendum te saboteren. In de eerste regeringstermijn was zijn argument voor het afwijzen van de Euro de noodzaak te concentreren op het veilig stellen van Labour's historische tweede verkiezingsoverwinning. In de tweede termijn, kunnen meer persoonlijke motieven onderscheiden worden. Ofschoon hij in 1994 opzij stapte om Tony Blair het leiderschap van Labour te laten, heeft Brown nooit zijn ambitie voor de toppositie opgegeven. Hij weet dat de kracht van zijn claim om Blair op te volgen afhangt van zijn reputatie van goed economisch management. Hij maakt zich zorgen dat die gecompromitteerd kan worden door een poging nog in deze kabinetsperiode lid te worden van de Euro. Een scherpe devaluatie van de pond, waarvan alle commentatoren geloven dat die nodig zal zijn, zou de inflatie kunnen opstoken, de rentevoet omhoog kunnen dwingen, en zijn voorzichtig beraamde plannen in de war kunnen schoppen. De grondslagen van het interne debat dat zal bepalen of Groot-Brittannië lid zal worden van de Euro zijn dus gevormd: wat centraal staat in de ambities van de minister-president, wordt door de minister van financiën gezien als een obstakel voor die van hemzelf. Van deze relatie hangt de belangrijkste politieke beslissing in een generatie af. David Clark was Bijzonder Adviseur van Robin Cook, minister van Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië van 1997 tot 2001. Tegenwoordig is hij freelance journalist.
|