'KANDIDAAT-LIDSTATEN MOETEN TEGELIJK TOT EU EN EMU TOETREDEN'

Willem Buiter, hoofdeconoom van de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling, vindt dat de kandidaat-lidstaten 'na toetreding tot de EU direct moeten toetreden tot de EMU'. Gebeurt dit niet dan vreest hij dat 'speculatieve aanvallen op de munten van de nieuwe EU-lidstaten chaos zullen veroorzaken'.

De Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (EBRD) in Londen is in 1991 op voorstel van de Europese raad opgericht. De bank heeft als opdracht de transitie van de vroegere communistische economieën in Centraal en Oost Europa naar een markteconomie te ondersteunen. Het creëren van een gezonde markteconomie is niet alleen belangrijk als doel op zich. Voor de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie is het een vereiste om toe te mogen treden tot de Europese Unie.

Willem Buiter is de hoofdeconoom van de EBRD en daarmee de belangrijkste adviseur van de directie op het gebied van economisch beleid. Buiter is optimistisch over de kansen van de kandidaat-lidstaten. 'In 2004 kunnen alle landen behalve Bulgarije en Roemenië toetreden.' Wat Buiter persoonlijk betreft betekent toetreden tot de Europese Unie ook direct toetreden tot de Europese Monetaire Unie (EMU). 'Als landen eenmaal toe mogen treden tot de Europese Unie staat niets onmiddelijke toetreding tot de EMU in de weg. Er staat in het verdrag van Maastricht dat nieuwe lidstaten twee jaar in de wachtkamer moeten zitten voor zij mogen toetreden tot de EMU. Zulk uitstel werkt risicovergrotend en kan chaos veroorzaken. De munten van de kandidaat-lidstaten zullen dan kwetsbaar zijn voor speculatieve aanvallen op de financiële markten.Voor de hardheid van de Euro zou de toetreding van de kandidaat-lidstaten geen verschil, daarvoor is het gewicht van de economieën van de kandidaat-lidstaten te klein.'

De toetreding
Voordat de kandidaat lidstaten deel kunnen uitmaken van Europese Unie moet er echter nog veel gebeuren. Buiter erkent dat maar waarschuwt voor doemscenario's die vooral voor de landbouwsector in de kandidaat-lidstaten worden geschetst. 'Toetreding hoeft niet gepaard te gaan met een snelle inkrimping van de landbouwsector. Hervormingen zijn onontkoombaar maar het gemeenschappelijk landouwbeleid van de Europese Unie kan helpen de pijn te verzachten. Dan moet dat wel hervormd worden. Boeren in de kandidaat-lidstaten moeten geen subsidies krijgen om de invloed van de markt te verzachten maar om ze te helpen in andere sectoren van de economie actief te kunnen worden.' Buiten de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid kunnen de huidige lidstaten meer doen. 'Hervormingen op het gebied van milieu en infrastructuur kosten veel geld. Hoewel de Europese Unie wel aan de kosten bijdraagt zou een iets ruimhartigere opstelling helpen.' Ook de kandidaat-lidstaten zelf kunnen volgens Buiter helpen om de transitie naar een markteconomie minder pijnlijk te maken voor de bevolkingen. 'De overheden van de kandidaat-lidstaten geven zo'n veertig procent van het Bruto Nationaal Product uit. Ze hebben geld genoeg maar moeten de juiste prioriteiten stellen. Niet subsidies geven aan onrendabele industrieën maar het geld gebruiken om mensen die financieel getroffen worden door de transitie om te scholen.' Buiter denkt dat een eventuele recessie in Europa niet veel invloed zal hebben op het hervormingsproces in de kandidaat-lidstaten. 'Een recessie zou de kandidaat-lidstaten wel economisch raken maar een groots en omvangrijk project als de hervorming van een socialistische naar een kapitalistische economie mag niet afhankelijk zijn van de conjunctuurcyclus.'

terug naar de index