NATIONAAL VETO BLOKKEERT POLITIEKE UNIE
Plooij (VVD): 'Totale verlamming EU na uitbreiding'

Volgens het D66-Kamerlid Hoekema toont de top van Laken aan dat het waarschijnlijk niet lukt om vóór de uitbreiding het nationale vetorecht binnen de Europese Unie in te perken. Hoogleraar politicologie Thomassen voorziet een 'onwerkbare situatie die Europa zal beperken tot economische gemeenschap zonder Politieke Unie.'

Afgelopen weekeinde werd door de Europese regeringsleiders de Verklaring van Laken gepresenteerd over de toekomst van de Europese Unie. Daarin worden een aantal vragen geformuleerd, waarop de regeringsleiders op de Intergouvernementele Conferentie in 2004 een antwoord moeten formuleren. Opvallend afwezig in de Verklaring van Laken is de vraag of de EU-lidstaten ook in een uitgebreide Europese Unie hun uitgebreide vetorecht behouden of dat er meer op basis van gekwalificeerde meerderheid besloten moet worden. Het Verdrag van Nice van 2000, dat de Unie klaar moest maken voor de aanstaande uitbreiding, liet het invoeren van meer meerderheidsbesluitvorming ook al liggen. De Nederlandse voorstellen om op het gebied van bijvoorbeeld handels-en immigratiepolitiek met gekwalificeerde meerderheid te besluiten, haalden het bijvoorbeeld niet. Bij ongewijzigd beleid zullen ook de tien of meer nieuwe EU-lidstaten een vetorecht krijgen. De angst bestaat dat dit de toch al moeilijke besluitvorming in de EU er niet gemakkelijker op maakt.

Elly Plooij, Europarlementariër voor de VVD, riep mede om deze reden vorige maand de Nederlandse Tweede Kamer tevergeefs op om het Verdrag van Nice niet te ondertekenen. 'Uit het feit dat het punt van meerderheidsbesluitvorming in de verklaring van Laken nu weer ontbreekt, is zichtbaar wat er gebeurt wanneer dit soort zaken alleen aan de regeringsleiders wordt overgelaten. Deze willen hun veto's niet snel opgeven. Het stagnerende effect van het veto, zoals in Laken bij de koehandel rondom de vestigingsplaatsen van agentschappen, zal na de toetreding van nog meer landen logischerwijs vaker voorkomen. Dat betekent een totale verlamming van de Unie.' Jan Hoekema, Tweede Kamerlid voor D66, heeft weinig hoop dat de top in 2004 op succesvol zal zijn. 'In Laken zagen we de tendens van renationalisering, die in Nice al zichtbaar was, voortgezet. In dit opzicht was er sprake van een dubbele terugslag. Naarmate er meer gebruik wordt gemaakt van het veto, zullen landen er ook minder gemakkelijk afstand van doen.'

2004: laatste kans
Hoekema wijst erop dat het punt desondanks vóór de uitbreiding geregeld moet zijn. 'Het toelaten van meer meerderheidsbesluitvorming is op zichzelf ook een besluit dat unaniem moet worden genomen. Naarmate er meer leden bijkomen, wordt dit moeilijker. Temeer daar de kandidaat-lidstaten in Centraal-en Oost-Europa, die nog maar net hun nationale soevereiniteit hebben teruggewonnen, deze niet zo snel zullen opgeven. 2004 is dus de enige redelijke kans om de club nog op orde te brengen.' Petr Drulák, vice-directeur van het Praagse Institute of International Relations, vindt het juist helemaal niet erg als dit niet lukt. 'Het is uit het oogpunt van legitimiteit niet in orde dat de toekomstige lidstaten van dergelijke belangrijke beslissingen worden uitgesloten.' Het is volgens Drulák niet zo dat er na de uitbreiding niets meer aan het probleem gedaan kan worden. 'Binnen de Tsjechische politiek bijvoorbeeld bestaan over het nationale veto heel verschillende opvattingen, die de tegenstellingen in de huidige EU reflecteren. In andere toetredingslanden is dit ook zo'.

Geen Politieke Unie
Jacques Thomassen, hoogleraar politicologie aan de Universiteit Twente, ziet verregaande consequenties wanneer niets aan het nationale veto gedaan wordt. 'Er zal na de uitbreiding een onwerkbare situatie ontstaan, het wordt een soort Laken in het groot: daar konden de regeringsleiders geeneens overeenstemming bereiken over de vestigingsplaats van agentschappen. De Europese Unie zal daarom waarschijnlijk een strikt economische gemeenschap blijven, zonder Politieke Unie. Dit is precies wat sommige regeringsleiders willen, maar er ontstaat hier wel een inconsistentie, omdat de Economische en Monetaire Unie onherroepelijk vraagt om politieke maatregelen.' Plooij signaleert dit spanningsveld nu al. 'Aan de ene kant kondigden de Europese leiders op de Top in Lissabon in 1999 aan dat Europa de meest competitieve economie van de wereld zou worden, maar om tot een gemeenschappelijk Europees patent te komen lukt maar niet. Alle nationale regeringen willen hun eigen patentbureautjes behouden en de patenten in de eigen taal hebben.'

terug naar de index