CONVENTIE: BRITTEN WILLEN INVLOED, NEDERLAND WACHT AF

De Britse regering stuurt haar staatssecretaris voor Europese Zaken, Peter Hain, met een duidelijke boodschap naar de EU-toekomstconventie: geen verdere federalisering. Terwijl de Britten de agenda van de conventie willen bepalen, is de missie van de Nederlandse kabinets-vertegenwoordiger Hans van Mierlo onduidelijk.

De 'democratisch gekozen regeringsleiders', en niet de Europese Commissie en het Europees Parlement moeten de 'stuwende kracht' van de Europese politiek vormen. Dat is de teneur van de voorstellen die Jack Straw, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, donderdag 21 februari op het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag deed. Met de ideeën van Straw kiest Groot-Brittannië voor een duidelijke lijn voor de conventie over de toekomst van Europa, die volgende week van start gaat. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen concludeerde donderdag in reactie op Straw in NRC Handelsblad dat er 'meer convergentie' is ontstaan tussen het Britse en het continentale denken. Van Aartsen en zijn Staatssecretaris Dick Benschop wilden verder nog niet op de voorstellen van Straw reageren.

Jan Rood, onderzoeker aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, gaf als lid van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken advies aan de Nederlandse regering over de conventie. Hij is kritisch over het kabinet. 'Waarschijnlijk moeten de beide bewindslieden op Buitenlandse Zaken, net als na de rede van Joschka Fischer in mei 2000, eerst hun partijpolitieke opvattingen afstemmen. Maar dit is toch wel een zeer substantiële rede van Straw, die nota bene in Den Haag is uitgesproken. Als het bijvoorbeeld gaat om de door Straw voorgestelde bescheidener rol van de Commissie, dan is duidelijk dat het Nederlandse kabinet gezien eerdere eigen standpunten daar tegen moet zijn.'

Loopjongen
Om de door Straw geschetste opvatting in de conventie te verdedigen stuurt Groot-Brittannië de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Peter Hain als Brits vertegenwoordiger. Anders dan de Britse regering stuurt de Nederlandse regering geen lid van het kabinet, maar een, oud-minister, Hans van Mierlo. De mate waarin Van Mierlo aan het kabinet verantwoording moet afleggen is onduidelijk. Hans van Baalen, Tweede Kamerlid voor de VVD, vernam van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat Van Mierlo 'binnen de kaders van het regeringsbeleid' moet opereren en dus 'niet volledig onafhankelijk' is. Van Baalen: 'Als het Nederlandse standpunt bijvoorbeeld is dat men geen Senaat wil, kan Van Mierlo daar niet voor pleiten in de conventie'. Aan de andere kant erkent de VVD'er dat Van Mierlo als minister van Staat 'geen loopjongen' is. 'De controle op Van Mierlo zal dus niet al te zwaar zijn'. Frans Timmermans, Tweede Kamerlid voor de PvdA en afgevaardigde van de Kamer op de conventie, gaat verder. 'De regering weet wie zij in huis heeft gehaald. Van Mierlo is iemand die zich niet laat beteugelen door een strenge constructie en is iemand die een sterke Europese visie heeft.'

Diner op Downing Street 10
Rood denkt dat deze Europese visie van Van Mierlo voor minister Van Aartsen, die veelvuldig heeft laten blijken niet geporteerd te zijn van grootse ideeën over de toekomst van de EU, geen probleem hoeft te zijn. 'Van Aartsen stelde onlangs dat het resultaat van de conventie toch uiteindelijk genegeerd kan worden door de regeringsleiders in 2004. Daarom meent Van Aartsen Van Mierlo niet scherp te hoeven controleren.' Anand Menon, directeur van het European Research Institute van de Universiteit van Birmingham, wijst erop dat de Britten de invloed van conventie aanzienlijk serieuzer nemen dan de Nederlanders. 'In Britse regeringskringen gaat men ervan uit dat de conventie erg belangrijk kan worden. Ook als er verschillende opties uit naar voren komen, kan het resultaat van de conventie belangrijk zijn waar het gaat om het opstellen van de agenda van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) die erop volgt. En wie de agenda bepaalt, vormt het proces in belangrijke mate.' Timmermans denkt dat de Engelsen de hoeveelheid invloed die ze kunnen uitoefenen overschatten. 'De Conventie bestaat immers voor de helft uit onafhankelijke parlementariërs.' Menon zet vraagtekens bij die onafhankelijkheid van de parlementaire vertegenwoordigers. 'De Britse afgevaardigde van het Lagerhuis, Gisela Stuart, zal de komende tijd vaak op Downing Street 10 moeten dineren.'

terug naar de index