EURO NIET VANZELFSPREKEND VOOR KANDIDAAT-LIDSTATEN
Fase (UvA): Snel toelaten nieuw leden EMU kan vertrouwen euro ondermijnen

Als de kandidaat-lidstaten zijn toegetreden tot de Europese Unie is het niet vanzelfsprekend dat zij snel toetreden tot de Europese Monetaire Unie. De huidige kandidaat-lidstaten vrezen dat een te snelle toetreding de eurozone kan destabiliseren.

De directeur van de Poolse Nationale Bank, Leszek Balcerowicz, wil dat zijn land na het toetreden tot de Europese Unie meteen lid wordt tot de Europese Monetaire Unie (EMU). De Europese Centrale Bank ontvangt de euro-liefhebbers uit Oost-Europa echter niet met open armen. Vorig jaar nog liet vice-president Cristhophe Noyer zich negatief uit over een eventueel snel toetreden tot de Eurozone. Martin Fase, voormalig directeur Onderzoek bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar Monetaire Economie en Financiële Instellingen aan de Universiteit van Amsterdam staat hier volkomen achter. 'De huidige lidstaten hebben er bijna veertig jaar over gedaan om de EMU te vormen, ze moeten heel voorzichtig omgaan met de beslissing de kandidaat-lidstaten toe te laten tot de EMU. Te snelle toetreding van de kandidaat-lidstaten die nog zoveel structurele problemen hebben kan het vertrouwen in de euro ondermijnen.' Aspirant EMU-leden moeten zich net als de oprichters van de EMU houden aan de Maastricht-criteria. Die stellen strikte grenzen aan inflatie en begrotings- en financieringstekort. Ook moeten nieuwe leden eerst twee jaar deel uit maken van het Europees wisselkoersmechanisme, waarin nationale munten gekoppeld worden aan de euro.

Harde eisen
Fase vindt in ieder geval dat de Maastricht-criteria voor de kandidaat-lidstaten moeten gelden maar wil verder gaan. 'Wat mij betreft moeten de lidstaten zelfs langer dan 2 jaar bewijzen dat ze ook echt houdbaar aan de criteria kunnen voldoen. Dat is voor de kandidaat-lidstaten ook voordelig. Politici in de kandidaat lidstaten kunnen bij het nemen van maatregelen om de grote structurele problemen in hun land op te lossen verwijzen naar de Maastricht-criteria. Als de kandidaat-lidstaten zo graag deel uit willen maken van de het eurogebied vanwege eigen wisselkoersstabiliteit kunnen ze hun munten aan de euro koppelen totdat ze worden toegelaten tot de EMU.' Ingo Friedrich, europarlementariër voor het Duitse CDU, en lid van het Comité voor Economische en Monetaire Zaken wil dit zelfs verplicht stellen. 'Om te testen of de kandidaat-lidstaten echt klaar zijn voor een lidmaatschap, moet er een extra periode van vrijwillige koppeling van nationale munten aan de euro geëist worden.' Paul de Grauwe, senator voor de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD) in het Belgische parlement, is het hier niet mee eens. 'Als kandidaat-lidstaten aan de Maastricht-criteria voldoen is het juridisch eigenlijk onmogelijk om ze langer het lidmaatschap van de eurozone te weigeren. Als toetreding wordt uitgesteld zullen de nieuwe lidstaten hun munten inderdaad vrijwillig aan de euro koppelen maar juist daardoor importeert de EU instabiliteit. Zo'n koppeling is een los monetair stelsel en de ervaring uit het verleden leert dat die niet lang standhoudt. Bij economische crises raken de wisselkoersen onder druk en ontstaan conflicten tussen de leden van de Europese Unie.' Een recent extreem voorbeeld van hoe zo'n koppeling kan mislukken is de Argentijnse peso-dollar koppeling.

Wat krijgen de Oost-Europeanen voor de euro?
Charles Kalshoven analist van het economisch bureau van de ABN-AMRO legt uit wat voor de kandidaat-lidstaten de nadelen kunnen zijn van een te snelle toetreding. 'De economieën van de kandidaat-lidstaten zijn zo klein in verhouding tot het huidige EMU-gebied, dat toetreding gevaren met zich meebrengt voor de kandidaat-lidstaten. De rentestanden die de ECB vaststelt voor de EMU-zone kunnen leiden tot te hoge inflatie in de toetredende landen. Deze hebben nog zo'n grote economische achterstand in te halen dat hun economieën naar verwachting nog enige tijd zeer snel zullen groeien. Als de rentestanden niet zijn aangepast aan het groeitempo kunnen hun economieën oververhit raken, waardoor zij in een structurele recessie terecht kunnen komen.' Alasdair Murray, Economisch analist bij het Centre for European reform, een Britse denktank over Europa, denkt dat de ECB zich niet alleen om zorgen maakt over de kandidaat lidstaten. 'De vrees bestaat dat als de kandidaat-lidstaten direct lid worden van de EMU, een crisis in ontwikkelingseconomieën als Rusland makkelijker op de EMU-zone kan overslaan. Al met al kan het nog wel tien jaar duren voordat de kandidaat lidstaten klaar zijn om toe te treden tot de EMU.'

terug naar de index