VNO-NCW TEGEN VOORSTEL-VERHEUGEN
Verhagen (CDA): 'begrip voor Duitse angst teveel immigratie'

De werkgeversorganisatie VNO-NCW roept de Nederlandse regering op het voorstel van Eurocommissaris Verheugen niet over te nemen. Verheugen stelde voor dat de huidige EU-lidstaten werknemers uit nieuwe Oost-Europese lidstaten maximaal zeven jaar de toegang kunnen weigeren na de uitbreiding. Maxime Verhagen, Tweede Kamerlid voor het CDA, steunt de Eurocommissaris. In Polen en Tsjechië heerst verontwaardiging.

Sip Nieuwsma, Secretaris Sociale Zaken voor VNO-NCW, keert zich tegen het voorstel van Verheugen. 'Wij roepen de Nederlandse regering op hierin niet mee te gaan. Wij zouden zelfs liever zien dat het vrij verkeer van werknemers al vóór de toetreding van de kandidaat-lidstaten geregeld wordt. We zouden met name technisch personeel uit de kandidaat-lidstaten kunnen gebruiken om onze vele vacatures te vervullen. De demografische ontwikkeling zal in de nabije toekomst verdere krapte op de arbeidsmarkt veroorzaken.' Maxime Verhagen, Tweede Kamerlid voor het CDA, stelt zich daarentegen achter de door Verheugen voorgestelde overgangstermijn. 'Ik heb begrip voor de Duitse angst voor teveel immigratie, en bovendien is een brain-drain van talent ook niet in het belang van de Centraal-Europese landen zelf. Nederland zal eerst zijn eigen inactieven moeten inschakelen om zijn arbeidstekort op te lossen.'

In de kandidaat-landen heerst verontwaardiging. Agnieska Drop, directeur Onderhandeling & Integratie Europese Unie bij het kabinet van de Poolse Minister-President, verzet zich tegen Verheugen en Verhagen. 'Wij hebben veel contact met de Nederlandse regering, en ik beschouw de Nederlanders als bondgenoot', stelt ze. 'Vrij verkeer van personen is één van de vier hoofdprincipes van de interne markt. De Poolse regering accepteert op dit punt geen tweederangs behandeling. Dit is in de Poolse publieke opinie een symbolische kwestie, en daarom neemt de Poolse regering een ferme positie in.' Drop verwacht geen grote immigratiestroom richting westen. 'De Poolse economie ontwikkelt zich zeer sterk, en bovendien vormen taal en cultuur grote barrières voor mensen om hun land te verlaten. Dat is binnen de EU nu ook het geval.' Jaroslav Zverina, voorzitter van de Tsjechische parlementaire commissie voor Europese integratie en lid van de Burger Democratische Partij van oud-premier Vaclav Klaus, stelt zich op één lijn met Drop: 'Dit soort restricties zijn psychotherapie voor de publieke opinie in Duitsland en Oostenrijk, maar tegelijk ook koren op de molen voor eurosceptici in Tsjechië. Mijn voornaamste probleem is dat Tsjechische bedrijven, bijvoorbeeld in de infrastructuur, verder in hun mogelijkheden zullen worden beperkt om hun diensten in Europa aan te bieden. Ik hoop dat een eventuele overgangsregeling verkort en geflexibiliseerd wordt.' Verhagen ziet de constructie van de Europese Commissie als een gevolg van het te soepel hanteren van toetredingseisen. 'Er wordt te weinig gelet op de kerncriteria voor het functioneren van de interne markt. Nu blijkt dat economische verschillen veel groter zijn dan gedacht en moeten er om problemen te voorkomen dit soort regelingen worden bedacht. Het doen van toezeggingen over toetredingsdata voor groepen landen is verkeerd. Data moeten per land gesteld worden. Als Hongarije toetreedt hoeft dat niet te betekenen dat Polen ook direct toetreedt. Wie erbij komt, moet ook volwaardig lid worden. Een land als Polen bijvoorbeeld is in 2004 nog helemaal niet klaar voor toetreding.' Agnieska Drop ziet dat anders: 'Polen zal tot de eerste groep behoren. De Poolse regering blijft vasthouden aan de toetredingsdatum van 2003'·

terug naar de index