EUROPEES POLDERMODEL MAAKT WEINIG KANS
Bussemaker (PvdA): 'Europese SER nodig'

Volgens de High Level Group, een adviesgroep van de Europese Commissie, moeten werkgevers en werknemers in Europa meer met elkaar gaan samenwerken. PvdA Tweede Kamerlid Jet Bussemaker wil een Europese Sociaal Economische Raad. Loes van Hoogstraten, secretaris internationale sociale zaken van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, is wantrouwend. 'Vakbonden proberen op Europees niveau te bereiken wat nationaal niet lukt.'

In januari 2002 publiceerde de 'High Level Group', een adviesgroep ingesteld door de Europese Commissie, haar rapport 'arbeidsverhoudingen en verandering in de Europese Unie'. Daarin wordt gesteld dat sociale partners hun activiteiten op Europees niveau beter op elkaar af moeten stemmen. In de Sociaal Economische Raad (SER) zoekt in Nederland de overheid samen met werkgevers en werknemers naar oplossingen voor sociale en economische vraagstukken. Op Europees niveau bestaat zoiets niet. Jet Bussemaker, Tweede Kamerlid voor de PvdA, vindt dat daar verandering in moet komen. 'Er is nu op Europees niveau geen goede dialoog tussen werknemers en werkgevers. Daarom moet er in Europa een overlegorgaan als de Nederlandse SER gecreëerd worden.' Jelle Visser, hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de High Level Group, wijst erop het rapport geen kopie van de SER voorstelt. 'De geschillen tussen werkgevers en werknemers zouden, zoals in de Nederlandse Stichting van de Arbeid gebeurt, in een gezamenlijk orgaan van werkgevers en werknemers opgelost moeten worden. Dit verschilt fundamenteel van het SER-model, omdat in de SER naast de werkgevers en werknemers ook de overheid, een belangrijke stem heeft. In Europees verband zou dat betekenen dat de Europese Commissie bij het overleg betrokken wordt. Dit is onmogelijk op Europees niveau, want werkgevers en werknemers willen daar onafhankelijk van de Europese Commissie blijven.' Visser vindt dat Europa wel moet streven naar meer overleg op Europees niveau. 'Het ideale overlegmodel moet zich niet bezighouden met de middelen, maar met de gemeenschappelijke doelstellingen. Uitvoering moet worden overgelaten aan de lidstaten zelf.'

VNO-NCW wantrouwt vakbonden
Loes van Hoogstraten, secretaris internationale sociale zaken van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, is het niet met Visser eens. 'Je moet niet proberen zaken die op nationaal niveau geregeld kunnen worden op Europees niveau te regelen. Werkgevers en werknemers moeten zich beperken tot zaken die grensoverschrijdend zijn, zoals de mobiliteit van werknemers. De vakbonden willen teveel regelen op Europees niveau. Dat komt onder andere omdat ze op Europees niveau proberen door te drukken wat op nationaal niveau niet lukt. Als werknemers in een lidstaat geen regeling voor bijvoorbeeld medezeggenschap kunnen treffen, proberen ze dat op Europees niveau te regelen. Daar hebben wij niets aan.'Toine Manders, Europarlementariër voor de VVD, sluit zich bij van Hoogstraten aan. 'Zowel een Stichting van de Arbeid als een SER gaan op dit moment voor Europa veel te ver. Dat soort modellen zijn voor het Europees niveau veel te complex. Dat leidt tot zoiets als de Europese conventie, waarbij teveel mensen met verschillende achtergronden en culturen bij elkaar zitten en men niet tot één conclusie kan komen. Zoiets is op lange termijn alleen mogelijk, wanneer de grote culturele verschillen tussen lidstaten zijn afgenomen.'

Samenwerken, maar hoeveel?
De vraag is hoe groot de invloed van de bestaande werkgevers- en werknemersorganisaties in Europa op het huidige beleid is. Deze is volgens Visser minimaal. 'Sinds midden jaren tachtig houden UNICE, het Europees werkgeversverbond en de overkoepelende werknemersvakbond, het Europese Vakverbond, een sociale dialoog, waarbij niet meer gebeurt dan het bespreken van gemeenschappelijke thema's. Omdat het Europees vakverbond een te zwakke partij is, is haar invloed op UNICE te gering. De echte macht ligt nog bij de nationale vakbonden.' Van Hoogstraten vindt de samenwerking tussen werkgevers en werknemers op dit moment heel behoorlijk. 'Recent bewijs hiervan is de gezamenlijke aanbeveling 'levenslang leren' die ontstaan is vanuit die samenwerking. Maar men moet niet proberen arbeidsvoorwaarden op Europees niveau te regelen.' Jet Bussemaker wil dit juist wel en denkt dat het kan. 'Het is van groot belang dat Europa normen stelt voor het sociale beleid, zoals bijvoorbeeld voor minimumlonen. Lidstaten kunnen het beleid zelf vorm geven, zolang ze wel boven een bepaald minimum komen.' Visser denkt dat zoiets onmogelijk is. 'Het is absoluut uitgesloten dat er een norm wordt gesteld voor zoiets als het minimumloon. Daarvoor zijn de verschillen tussen de landen te groot. Één model voor het sociale beleid in Europa creëren is onmogelijk. Dat zal stuiten op de verschillen in culturen en tradities in de verschillende lidstaten.'

terug naar de index