EU-SUBSIDIES UITGEGEVEN MOET JE OOK LEREN
Voor de kandidaat-lidstaten wordt jaarlijks zo'n 1 miljard Euro aan steun vrijgemaakt. Voor na de uitbreiding staan er alvast veel grotere bedragen gepland, terwijl van de huidige subsidies maar een fractie kan worden uitgegeven. Volgens John O'Rourke, werkzaam voor de Europese Commissie in Polen, is het gebrekkige ambtelijke apparaat de oorzaak.
Het gaat niet goed met de besteding van Europese subsidiegelden in kandidaat-lidstaten van de Europese Unie. Jaarlijks ontvangen deze landen nu samen ongeveer 1 miljard euro aan zogenaamde pre-accessiesteun uit verschillende fondsen van de Europese Commissie. Deze financiële steun is vergelijkbaar met de structuurfondsen voor bijvoorbeeld infrastructuur-en milieuprojecten die huidige lidstaten ontvangen, maar ligt veel lager. Er is één probleem met de pre-accessiesteun: het geld wordt niet uitgegeven. In 2001 werd van de beschikbare subsidiegelden slechts 20 procent besteed. Uiteindelijk beslist de Commissie of een project in een kandidaat-lidstaat wel of niet door de EU gefinancierd wordt. Aan die financiering worden strenge eisen verbonden. John O'Rourke is vice-voorzitter van de delegatie van de Europese Commissie in Polen en houdt in Warschau toezicht op de besteding van Europese subsidieprogramma's. O'Rourke: 'Ik maak me zorgen om de capaciteit van de kandidaat-lidstaten om het geld dat voor hen beschikbaar is daadwerkelijk te besteden. De cijfers laten zien dat die zorg reëel is.' Een belangrijke achtergrond van het falen van de kandidaat-lidstaten is volgens O'Rourke het gebrek aan goed overheidsbestuur. 'In Polen wordt op ministeries te weinig prioriteit gegeven aan het besteden van Europese subsidies. Jonge mensen die bij de overheid kennis over EU-regelgeving hebben opgedaan, vertrekken vervolgens na korte tijd naar het bedrijfsleven, waar de lonen aanzienlijk hoger zijn. Na de regeringswisseling van vorig jaar werd een deel van de ambtenaren zoals gebruikelijk volgens politieke criteria vervangen. Ministeries en afdelingen die zich met de subsidies bezighouden worden opgericht en weer gesloten. Dit alles veroorzaakt chaos en vertragingen binnen het overheidsapparaat, die effectieve besteding van EU-gelden in de weg staan.'
Communistische erfenis
Theo Siskens, directeur van Bureau Cross, een Nederlandse overheidsinstelling die trainingen verzorgt aan ambtenaren uit Centraal-Europese kandidaat-lidstaten, ziet andere problemen in de ambtenarij. 'De erfenis uit de communistische tijd is in sommige kandidaat-lidstaten nog steeds aanwezig. Vooral de oudere ambtenaren denken nogal hiërarchisch en nemen weinig of geen initiatief.' Volgens Siskens kan de EU zelf veel meer doen om de situatie te verbeteren. 'Wij leren ambtenaren onder het maken van goede analyses van projectvoorstellen. De situatie verbetert snel, want vooral bij de jongeren is het enthousiasme om bij te leren erg groot. Het is te betreuren dat andere EU-lidstaten zich veel minder dan Nederland inspannen om het ambtelijk apparaat in de kandidaat-lidstaten te verbeteren, want de behoefte aan trainingen is erg groot. De Europese Commissie moet actiever de andere lidstaten stimuleren om meer aandacht aan dit probleem te besteden.' O'Rourke wijst er echter op dat de geringe bestedingscapaciteit van kandidaat-lidstaten niet alleen aan het overheidsapparaat ter plaatse ligt, maar dat het ook gaat om politieke prioriteiten. 'De kandidaat-lidstaten moeten rond de 20 procent van door de EU-gesubsidieerde projecten zelf financieren. Daar wordt vaak binnen het krappe Poolse budget geen geld voor gevonden, terwijl de regering bijvoorbeeld wel vaak haar oren laat hangen naar onnodige financiële eisen van allerlei belangengroepen.'
Geen blanco cheques
Na de verwachte eerste toetredingsronde in 2004 zal er, volgens een Commissievoorstel van eind 2001, ongeveer 7 miljard euro per jaar aan 'normale' Europese structuurgelden naar de nieuwe lidstaten vloeien. Frankrijk gebruikt de huidige problemen met de pre-accessiefondsen als argument om dit bedrag te verlagen. Erich Unterwurzacher, bij de Europese Commissie verantwoordelijk voor het ISPA-fonds,een van de fondsen die pre-accessiesteun verlenen, ziet de ervaringen met de pre-accessiesteun meer als een 'waarschuwing'. 'De kandidaat-lidstaten moeten een forse poging doen om te laten zien dat ze goed in staat zullen zijn de grote sommen geld na de uitbreiding te besteden. Dan hebben ze een sterkere positie in het huidige debat over de hoogte hiervan.' O'Rourke vindt de Franse conclusie niet juist. 'De Europese subsidies aan de kandidaat-lidstaten zijn ook in het belang van de huidige lidstaten, omdat ze de kandidaat-lidstaten economisch op een hoger peil brengen. Dit is goed voor de hele Europese economie. Bovendien worden er geen blanco cheques gegeven. Als het geld dat na de toetreding beschikbaar komt niet binnen twee jaar wordt uitgegeven, vloeit het terug naar begroting van de Europese Commissie. De Europese belastingbetaler hoeft zich geen zorgen te maken.'
terug naar de index