COLUMN: STEVEN EVERTS
Transatlantische drift

De solidariteit van Europese leiders met de Verenigde Staten lijkt niet langer onvoorwaardelijk. Tegelijkertijd is het voor de VS niet meer vanzelfsprekend dat Europa een onmisbaar onderdeel is van de wereldwijde coalitie tegen terreur. Na 11 september heeft het slechts zes maanden gekost om instinctieve transatlantische eenheid te laten verworden tot megafoon-diplomatie.

In Washington heerst een sfeer van ingehouden triomfalisme. De sceptici die vreesden dat de Amerikanen zich zouden verslikken in Afghanistan hebben ongelijk gekregen. Osama Bin Laden is nog zoek, maar de snelheid waarmee de Amerikanen hun doelen in Afghanistan hebben bereikt is indrukwekkend - en zal wellicht naar meer doen smaken. Dit alles heeft de positie van de haviken in de Amerikaanse regering versterkt. Colin Powell, de held van de Europese regeringen, lijkt vaak alleen te staan.

Europa raakt tegelijkertijd steeds meer geïrriteerd. Ondanks Europese hoop hierop heeft 11 september er niet toe geleid dat de Verenigde Staten hun negatieve opstelling over internationale verdragen, zoals het Kyoto protocol en het internationaal gerechtshof, hebben herzien. Sterker nog, de Verenigde Staten hebben nog een aantal andere verdragen opgezegd, bijvoorbeeld het anti-ballistische raket-verdrag (ABM) met Rusland. Aan een VN verdrag tegen biologische wapens doen de Amerikanen ook niet mee - alle retoriek over de gevaren van verspreiding van massavernietigingswapens ten spijt. In deze sfeer hield Bush zijn 'as van het kwaad' toespraak, waarin hij Iran, Irak en Noord-Korea hard aanpakte. De Europeanen reageerden fel. De Commissaris voor het buitenlands beleid Chris Patten, meestal niet licht ontvlambaar, riep de Europese regeringen op te protesteren en Washington te stoppen voor het in de 'unilateralistische overdrive' terecht zou komen.

De transatlantische relaties kunnen echter nog slechter worden als er niet snel concrete stappen worden genomen. De Europeanen moeten goed begrijpen dat geklaag over Amerikaans unilateralisme Washington niet op andere gedachten zal brengen. Zij kunnen zich beter concentreren op het op orde krijgen van het eigen buitenlands beleid. Wat moet daarvoor gebeuren?

In de eerst plaats moeten verantwoordelijkheden eindelijk eens helder verdeeld worden. De Europese buitenlandse politiek wordt nu vanuit twee centra gestuurd. Patten en Javier Solana, de speciale gezant voor het buitenlandbeleid, zijn beiden voor een deel van het buitenlands beleid van de EU verantwoordelijk. De financiële en operationele eindverantwoordelijkheid moet bij één persoon komen te liggen.

Daarnaast wordt op dit moment de Europese buitenlandse politiek geschaad door de zesmaandelijkse rotatie van het voorzitterschap van de Europese Unie. Deze roulatie leidt tot gebrekkige continuïteit en moet derhalve worden afgeschaft.

Uiteraard moet er ook in de VS het nodige veranderen om een verdere verwijdering tussen de EU en de VS te voorkomen. Die Amerikanen die een 'global partnership' met de EU nastreven moeten beseffen dat zo'n partnership ook betekent dat Amerika mee moet helpen een internationale orde te creëren met algemene en bindende regels, zoals het Kyoto protocol. Daarnaast moet de trend in de Verenigde Staten, waarin steeds meer geld wordt besteed aan defensie en steeds minder aan diplomatie, worden gekeerd. De beslissing van Bush om tot 2005 $ 5 miljard meer te besteden aan ontwikkelingshulp is een - kleine - stap in de goede richting.

Tenslotte moet de VS goed bedenken of zij bereid zijn alleen de strijd aan te gaan met een land als Irak. Sleutelfiguren in de regering Bush hebben daar wel op gezinspeeld. Maar de VS zouden goed moeten kijken naar die keren dat zij in het verleden met de steun van andere landen oorlogen vochten. Zowel in de eerste en tweede wereldoorlog en ook de golfoorlog was dat zowel moreel als militair een groot succes. Vergelijk dat met de keren dat de VS alleen oorlog voerden, zoals in Vietnam. Dat liep uit op een enorme ramp. Ook in internationale politiek blijkt alleen soms maar alleen.

Dr. Steven Everts is Senior Research Fellow bij het Centre for European Reform in Londen, en auteur van het CER paper 'Shaping a credible EU foreign policy'.

terug naar de index