VERDEELDHEID KANDIDAAT-LIDSTATEN SPEELT EU IN DE KAART
Biancheri (Europe 2020): 'EU moet samenwerking kandidaat-lidstaten stimuleren'

Waren de kandidaat-lidstaten ooit verenigd in het streven lid te worden van de Europese Unie, naarmate de toetreding nadert groeit de verdeeldheid. De EU komt deze verdeeldheid erg goed uit bij de onderhandelingen over overgangsregelingen. Een verstandige strategie?

In 1991 vormden Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije in het Hongaarse plaatsje Visegrad een samenwerkingsverband om de stabiliteit in Centraal Europa te versterken en samen de kandidatuur voor de Europese Unie voor te bereiden. Maar met de eindstreep in zicht gaat het nationale eigenbelang voor, en ligt de solidariteit tussen de Visegrad-landen aan diggelen. Franc Biancheri, directeur Studie en Strategie van de Franse denktank Europe 2020, wijst op de slechte samenwerking tussen de Visegrad landen. 'De Visegrad groep bespreekt veel maar als het gaat om uiteindelijke politieke standpunten, is de samenwerking slecht. Daarom functioneert de groep niet als blok in de onderhandelingen met de Europese Commissie over de uitbreiding. Een reden voor de slechte samenwerking is de groeiende competitie tussen de Visegrad-landen. De Europese Unie heeft ze altijd voorgehouden dat de selectie per land plaatsvindt, en dat alleen de besten zullen toetreden. De landen kiezen in dat proces uiteindelijk voor zichzelf.' Sergiei Matjunin, directeur van het Europese Centrum voor Integratie in Polen is het met Biancheri eens. 'Er bestaan grote verschillen tussen de Visegrad landen en de laatste tijd zijn er steeds meer conflicten. De meest recente is de hernieuwde aandacht voor de de Benes-decreten, een historisch conflict dat dateert van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen werden miljoenen Sudeten-Duitsers en tienduizenden Hongaren door president Benes uit Tsjecho-Slowakije verdreven. De Tsjechen en Slowaken beschouwen de zaak als afgedaan omdat de geallieerden de decreten indertijd ondersteunden. Maar volgens Hongarije zijn de decreten in strijd met de Europese wetgeving. Dit soort conflicten hebben een negatieve invloed op de samenwerking tussen de landen.'

Uitbuiten van de verdeeldheid...
Voor de Europese Unie is de onenigheid erg handig. Otto Szabó, directeur van de afdeling Regionale Samenwerking van het Hongaarse ministerie van buitenlandse zaken: 'De resultaten die bereikt worden door één land van de Visegrad groep met betrekking tot overgangsregelingen kan de positie van de andere Visegrad landen beïnvloeden.' Dit probeert de EU volgens Sergiei Matjunin en Biancheri bewust uit te buiten. Biancheri noemt als voorbeeld de onderhandelingen over de landbouwsubsidies waarbij de Visegrad-landen aanvankelijk hetzelfde standpunt deelden, maar binnen enkele dagen de eensgezindheid verdween. Hongarije ging tegen de afspraken in toch akkoord met het voorstel van de EU, hetgeen Polen in een zwakkere handelspositie bracht. Biancheri: 'De Europese Unie maakt gebruik van de verdeeldheid tussen de Visegrad landen bij de onderhandelingen. Het is oneerlijk voor Polen, maar ze hebben geen keus. Polen zal zich moeten aanpassen en dat beseft de Europese Unie.'

...een lucratieve strategie?
Volgens Maxime Verhagen, Tweede Kamerlid van het CDA, wordt de verdeeldheid vooral veroorzaakt door de overgangsregelingen. 'Verdeeldheid binnen de Visegrad landen ontstaat op het moment dat je gaat sjoemelen met de criteria. Daarom moet je overgangstermijnen, zoals de landbouwsubsidies, niet treffen. Dan voorkom je dit soort situaties.' Dat betekent volgens Verhagen overigens niet, dat de EU verplichtingen heeft ten opzichte van de Visegrad groep. 'Het is niet de taak van Europa om de Visegrad samenwerking te stimuleren en daardoor verdeeldheid te voorkomen'. Biancheri vindt daarentegen dat de Europese Unie de Visegrad-samenwerking moet ondersteunen.'Het idee achter de Visegrad groep is goed, en om beter te functioneren zou het gesteund moeten worden door de Europese Unie. De EU doet dit echter niet omdat zij het voordeel wil halen uit een zwakke onderhandelingspartner. Dit is echter een slechte strategie. Op korte termijn kan een zwakke onderhandelingspartner gunstig zijn, maar op lange termijn zal Europa hier alleen maar de nadelen van ondervinden.'

terug naar de index