TWEEDE KAMERLEDEN MOETEN ZELF MEER DOEN AAN DEMOCRATISCHE CONTROLE EU-REGELS
BOUT (VNO-NCW) 'WEINIG BELANGSTELLING NEDERLANDS PARLEMENT VOOR BRUSSEL'

Het Tweede Kamerlid Hans van Baalen (VVD) wil dat het Nederlandse parlement een permanente vertegenwoordiger in Brussel krijgt om vroegtijdig informatie aan te leveren. Maar zit het gebrek aan parlementaire controle op EU-regels niet 'tussen de oren' van de kamerleden?

'In het begin van deze kabinetsperiode werd de Tweede Kamer volledig verrast door een EU-vogelrichtlijn', vertelt Henk de Haan, Tweede Kamerlid voor het CDA. 'We hadden de richtlijn niet opgemerkt. Toen bleek dat er grote belangen voor Nederland op het spel stonden, kon de minister niet meer terug naar Brussel om te onderhandelen.' Hans van Baalen, Tweede Kamerlid voor de VVD, kreeg van de Tweede Kamer in september 2001 de opdracht om te onderzoeken hoe dit soort gevallen in de toekomst te voorkomen. Van Baalen's rapport 'Op Tijd is te laat' verscheen op 11 april. Daarin pleit Van Baalen voor het oprichten van een ambtelijk Europees Expertise Centrum van beide Kamers van het Nederlandse parlement. De Eerste en Tweede Kamer zouden tevens een permanente vertegenwoordiger in Brussel moeten hebben, die de Kamers van informatie voorziet. Op dit moment zijn alleen de Finse, Deense, Belgische, Franse en Italiaanse parlementen permanent in Brussel vertegenwoordigd. Van Baalen: 'Zeventig procent van de Nederlandse wetgeving is direct of indirect afkomstig uit Brussel. Het Nederlandse principe van "De regering regeert, de kamer controleert", waarbij het controleren achteraf gebeurt, werkt in Europa niet. Wil je als parlement al in een vroeg stadium richting aan je onderhandelende minister richting kunnen geven, dan moet je goed voorzien zijn van informatie.' Sarita Kaukaoja, de permanente vertegenwoordiger van het Finse parlement bij de Europese Unie, adviseerde Van Baalen voor zijn rapport. Dat het Nederlandse parlement soms verrast wordt door EU-regelgeving, vindt Kaukaoja 'opmerkelijk'. 'Dit zou in Finland nooit gebeuren. Er gaat geen enkele Finse minister naar Brussel zonder een duidelijk mandaat van het nationale parlement. Als de Commissie eerste voorstellen voor wetgeving doet, meld ik meteen aan het parlement wát belangrijk is voor Finland.'

Hapklare brokken
De Haan vindt dat Van Baalen's plan niet moet worden uitgevoerd voordat éérst de kamerfracties hun eigen Europa-kennis hebben versterkt. De Haan: 'Ik ben bang dat ik Van Baalen's Expertisecentrum alleen maar meer Brusselse regels op mijn bureau krijg, terwijl we het zonder 'Brussel' we het al druk genoeg hebben. Geef ons per fractielid drie à vier medewerkers, net als sommige europarlementariërs hebben. Pas dan kunnen we de gigantische hoeveelheid EU-regels effectief beoordelen op relevantie voor Nederland.' Van Baalen wil niet wachten: 'Het Expertise Centrum zal de kamerleden het werk juist gemakkelijker maken door het aanleveren van hapklare brokken. Daarom moeten we er zo snel mogelijk mee beginnen.' Alexander Wijnbergen, die bedrijven en organisaties adviseert over lobbyen in Brussel, wijst erop dat Nederlandse parlementariërs hun macht ook moeten willen uitoefenen. 'Betere informatievoorziening is niet genoeg. Het probleem zit ook tussen de oren. Als ik de parlementariërs in Den Haag iets verwijt, dan is het dat zij hun mandaat als medewetgever niet uitoefenen op het moment dat dit zin heeft. Als het Nederlandse parlement voor de Brusselse regelgeving zijn bevoegdheden niet gebruikt, maakt het zichzelf voor deze regelgeving overbodig.'

Belangstelling voor Brussel
Jan Karel Bout, permanent vertegenwoordiger van de werkgeversorganisatie VNO-NCW in Brussel, sluit zich bij Wijnbergen en Kaukoja aan. 'Onder de Nederlanders die in Brussel werken bestaat breed de indruk dat de belangstelling van het Nederlandse parlement voor 'Brussel' niet groot is. Nederlandse parlementariërs denken dat ze meer invloed hebben op de puur nationale regelgeving, en het is heel menselijk je dan daarop te richten. Dit is echter wel achterhaald, want een zeer groot percentage van de Nederlandse wetgeving vindt zijn oorsprong in EU-regels. Wil je op regelgeving van de Europese Unie überhaupt invloed uitoefenen, dan is het meest effectief dit in een vroeg stadium doen. Daarom zit VNO-NCW zelf al tien jaar met een vertegenwoordiging in Brussel.' Bout vindt dat kamerleden zelf meer kunnen doen om hun invloed te gebruiken. 'Als de communicatie tussen kamerleden en europarlementariërs optimaal zou zijn, zou Van Baalen's voorstel helemaal niet nodig zijn. Nederlandse europarlementariërs zijn een belangrijke informatiebron. Een toekomstige 'ambassadeur' van het parlement in Brussel kan een belangrijke rol spelen in de verbetering van deze communicatie.'

terug naar de index