COLUMN
Management of manipulatie?

Sinds begin dit jaar vergadert de Conventie over de toekomst van Europa over de aanbevelingen die zij zal doen aan de regeringsleiders van de EU om de Unie te hervormen.

Eerder had de Conventie voor het Handvest van Grondrechten onder leiding van de Duitse oud-president Roman Herzog de stagnatie op dat thema doorbroken. De Grondrechtenconventie kon echter zo succesvol zijn door de bekwame, grootvaderlijke leiding van Roman Herzog. Hij legde niets op, maar liet de Conventieleden veel ruimte. Wanneer er chaos dreigde te ontstaan, ontstond een natuurlijke roep om het leiderschap van de voorzitter. Herzog leidde de Conventie met vaste hand tot resultaten. Roman Herzog had geen geheime agenda. Hoe anders is het voorzitterschap van de Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing

Voor Giscard is de Conventie diens laatste grote project, dat hem een blijvende plaats in de Europese geschiedenis moet opleveren. Hij laat aldus niets aan het toeval over. Hij wacht niet tot hij tot leiderschap geroepen wordt, maar legt dat bij voorbaat op. Dit gaat zover dat vele Conventieleden zich afvragen of het gaat om management of manipulatie.

Allereerst zorgde Giscard voor een sterk secretariaat, dat via een kundige secretaris-generaal onder zijn directe leiding opereert. Hiermee verschaft hij zijn voorzitterschap de noodzakelijke ondersteuning en kan hij de Conventie sturen. Alle documenten van de Conventie worden door het secretariaat opgesteld. Een oude wijsheid is dat wie de pen voert het initiatief heeft. Voorts beseft Giscard dat wie de procedure stuurt ook de inhoud bepaalt. Hiertoe legde Giscard aan de Conventie een reglement van orde voor (of op), waarin het voorzitterschap de vergaderorde bepaalt, de inhoudelijke conclusies trekt, werkgroepen kan instellen, voorzitters van werkgroepen aanstelt, etc. De leden van het Presidium functioneren als stadhouders van Giscard. Na afloop van iedere Conventievergadering, trekt Giscard conclusies die vaak niet door de discussie in de vergadering gedekt worden. Zo concludeerde Giscard dat er onderzocht moest worden of en hoe een catalogus van competenties zou moeten worden vormgegeven. Dit terwijl de meeste Conventieleden zich tegen zo'n catalogus hadden uitgesproken. In de VS gaf Giscard in interviews aan dat de Europese Raad, de Raad van Ministers en het Raadssecretariaat moeten worden versterkt, terwijl de Conventie eerder in een communautaire richting denkt (een versterkte rol voor de Europese Commissie en het Europees Parlement).

Het lijkt erop dat Giscard de Conventie voort laat palaveren, terwijl hij zijn slotconclusies al in samenwerking met de Franse president Chirac, de Spaanse eerste minister Aznar en de Britse premier Blair heeft opgesteld. Deze strategie van Giscard zal zich uiteindelijk tegen de Conventie en diens voorzitterschap keren. De grote vuurproef is het functioneren van de werkgroepen, waarin het eigenlijke werk gedaan moet worden, zijnde het prepareren van ontwerpteksten. De meeste Conventieleden willen de instelling van rapporteurs door en uit de werkgroepen zelf. Een Conventielid-rapporteur kan voorkomen dat de uitkomsten van de discussies via de werkgroepvoorzitter (tevens lid van het Presidium) en het secretariaat gemanipuleerd worden. Wanneer de Conventieleden in de werkgroepen en het plenum niet de hakken in het zand zetten en rapportage door Conventieleden zelf afdwingen, dan bepaalt Zijne Excellentie Valéry Giscard d'Estaing de uitkomsten van de Conventie tot in het detail. De frustratie van de leden zal groot zijn en daarmee de resultaten van de Conventie ondergraven. De op de Conventie volgende intergouvernementele conferentie (IGC) zal de Conventie dan negeren, waarmee de kans van een verregaande verdragswijziging en een versterking van de communautaire methode illusoir wordt. Het Verdrag van Rotterdam dat onder het aanstaande Nederlandse voorzitterschap zal worden gesloten, is dan hoogstens een bescheiden Nice-plus.

Wanneer Giscard echter serieuze tegenwind van zijn Conventieleden zal ondervinden, is de kans groot dat hij de steven wendt en kiest voor een geslaagde Conventie, die misschien minder spoort met zijn intergouvernementele instelling, maar hem in ieder geval een plaats in de Europese historie verschaft. Kortom, de Conventie moet Giscard dwingen niet te manipuleren, maar te managen. Hiermee nemen de leden zichzelf, de Conventie en de toekomst van Europa serieus.

Hans van Baalen (VVD) is plaatsvervangend. lid van de Conventie over de toekomst van Europa

terug naar de index