KRITIEK OP KOPPELING UITBREIDING AAN LANDBOUWHERVORMING

Hervormingen van het Europese landbouwbeleid mogen door de Nederlandse regering niet gekoppeld worden aan de uitbreiding, meent Jan Marinus Wiersma, europarlementariër voor de PvdA.

De afgelopen jaren liep Nederland voorop in haar enthousiasme voor de uitbreiding van de Europese Unie. Sinds de verkiezingen van 15 mei lijkt het tij gekeerd. Samen met Duitsland, Groot-Brittannië en Zweden keerde Nederland zich tegen directe inkomenssteun voor Poolse boeren. Tijdens de verkiezingen eiste VVD lijsttrekker Hans Dijkstal eventueel een referendum als de landbouw hervor-ming niet voor de uitbreiding rond was. Partijgenoot Jozias van Aartsen, minister van Buitenlandse Zaken, was al voorzichtiger. Hij wilde uitbreiding niet koppelen aan landbouw-hervorming, maar toch 'niet ontkennen' dat de processen 'parallel lopen'.

Geen nieuwe eisen
Anderen denken dat er wel degelijk sprake is van een koppeling. Volgens PvdA-Europarlementariër Jan Marinus Wiersma is 'de relatie tussen hervorming van het landbouwbeleid en uitbreiding niet uit te leggen aan de kandidaat-lidstaten'. Jean-Christophe Filori, woordvoerder van eurocommissaris voor Uitbreiding Gunter Verheugen, zegt 'Nederland kan hervormingen van het Europese landbouwbeleid niet als voorwaarde voor de uitbreiding van de Europese Unie stellen. Dan zou de Europese Unie haar woord met de kandidaat-lidstaten breken. Volgens het acquis, de eisen waaraan de kandidaat-lidstaten moeten voldoen, hebben zij evenals de huidige lidstaten recht op inkomens-steun in de landbouwsector. Wanneer we opeens nieuwe voorwaarden gaan stellen, verliezen we het vertrouwen van de kandidaat-lidstaten.' Wiersma is het met hem eens. 'Het leggen van een relatie tussen het hervormen van het Europees landbouwbeleid en de uitbreiding is niet uit te leggen aan de kandidaat-lidstaten. Bovendien getuigt het van internationaal fatsoen om de kandidaat-lidstaten zoals afgesproken aan het eind van dit jaar te toetsen op de Kopenhagen-criteria. Je kan dan als Nederlandse regering niet opeens aankomen met nieuwe eisen.' Max van den Berg, fractievoorzitter van de Europese PvdA-fractie, vindt dat de Nederlandse regering hand in eigen boezem moet steken. 'De broodnodige landbouwhervormingen worden door fracties CDA en VVD in het Europees parlement tegengehouden. Het zou schandelijk zijn de toetredingslanden daarvan het slachtoffer te laten worden. Dan zou Nederland zich met haar rug naar de geschiedenis keren.' Filori ziet de uitbreiding door de Nederlandse opstelling echter niet in gevaar komen. 'Er bestaat geen gevaar dat Nederland vanwege het landbouwbeleid een veto tegen de uitbreiding zal uitspreken. Het rijdt zichzelf daar alleen maar mee in de wielen omdat het geïsoleerd komt te staan.'

Tweederangs leden
Volgens Arnand Menon, directeur van het European Research Institute van de Universiteit van Birmingham, is de Nederlandse houding te verklaren doordat het einde van de uitbreidings-onderhandelingen in zicht is. 'Het is logisch dat alle lidstaten zich harder gaan opstellen nu de uitbreiding steeds dichterbij komt. De praktische consequenties, zoals hogere uitgaven voor lidstaten, worden steeds duidelijker.' Dit is volgens Menon echter niet het grootste obstakel voor de uitbreiding. 'Als de kandidaat-lidstaten in 2004 zouden toetreden, krijgen ze binnen de Europese Unie een tweederangs positie, omdat deze nog niet institutioneel hervormd is. Dit willen ze niet. Pas als institutionele hervormingen doorgevoerd zijn mag de uitbreiding plaatsvinden. Dat is op zijn vroegst in 2005. Tegen die tijd kunnen er misschien twee of drie kandidaat-lidstaten toetreden.' Voor Wiersma is dat onacceptabel. Hij ziet de meeste kandidaat-lidstaten aan het einde van het jaar echter al gereed voor toe-treding. 'In bijvoorbeeld Slowakije is de corruptie nog niet opgelost. De snelheid waarmee het land de rest van de toelatingscriteria heeft ingevoerd geeft vertrouwen dat zij dit bij toetsing aan het eind van dit jaar in orde zullen hebben.'

De populistische golf
Een van de voorstellen is niet alle kandidaat-lidstaten tegelijk te laten toetreden in een 'big bang'. Maar volgens Van den Berg is dit niets nieuws 'De PvdA is ook nooit voorstander van een 'big bang' geweest. Iedere kandidaat-lidstaat zal op zijn eigen merites beoordeeld moeten worden. Dit ligt vast. Landen die voldoen kunnen toetreden, de rest niet. Of dat er nu 4, 7 of 10 zijn.' Progressieve partijen dienen zich volgens van den Berg te distantiëren van populistische geluiden. 'Hoewel het gewenst is dat zorgen van de burgers over Europa serieus genomen worden, is dit debat door Europarlementariër Lousewies van der Laan, in afwijking van haar eigen partij D66, op een verkeerde manier aangesneden. Van der Laan surft mee op de populistische golf. In haar artikel in het NRC Handelsblad benadrukt zij opeens de negatieve kanten van de uitbreiding. Progressieve politici hebben de verantwoordelijkheid aan iets nieuws te bouwen.' Uitbreiding stuurloos Commissie niet sterk genoeg voor regierol

De uitbreiding verloopt ongecoördineerd. De nationale staten strijden om hun eigen belangen en de Europese Commissie lijkt daar niets tegen te kunnen doen. Volgens Rinus van Schendelen, hoogleraar politicologie aan de Erasmus universiteit in Rotterdam, is 'het uitbreidingsproces uitgedraaid op een continu gevecht tussen Europese Raad, Europees Parlement en Commissie.'

'Het lijkt er op dat we afkoersen op uitstel of een uitgeklede variant van het oorspronkelijke uitbreidingsplannen.' Dit zegt Franc Biancheri van de Franse Europadenktank Europe2020. Het afronden van de onderhandelingen eind dit jaar lijkt door problemen met zowel de huidige lidstaten als de kandidaat-lidstaten over de meest heikele punten, de landbouw- en structuurfondsen, nog een spannende zaak te worden. Wie gaat in Europa de kakofonie van belangen doorbreken? De Commissie waarschijnlijk niet aldus Kees van Lede, voorzitter van de raad van bestuur van Akzo Nobel.

'De Commissie heeft het recht van initiatief, maar meer dan duwen en trekken kan zij niet. Het echte werk moet toch van de lidstaten zelf komen.' Van Lede vindt dat de lidstaten bij het uitbreidingsproces fouten hebben gemaakt. 'Men had in de Europese Raad van regeringsleiders nooit beloften moeten doen over een gelijktijdige toetreding van alle kandidaat-lidstaten. Het was beter geweest aan de officiële aanpak van de Commissie vast houden. De beste kandidaat-lidstaten treden als eerste toe, kandidaat-lidstaten die nog niet klaar zijn moeten wachten. Door goed huiswerk te belonen, kun je de landen die achterblijven stimuleren.' Rinus Van Schendelen, hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, gaat verder. Hij legt de verantwoordelijkheid voor de problemen van het uitbreidingsproces volledig bij de lidstaten. Deze proberen via de Europese Raad van regeringsleiders hun nationale belangen te verdedigen. 'Waar de Raad zeggenschap heeft, wordt niets beslist. Regeringsleiders prevelen over steun aan de uitbreiding, en werken vervolgens in hun eigen land de uitbreiding tegen. Door de huidige houding van de lidstaten is de Commissie naast het Europees Parlement de enige factor waardoor er nog vooruitgang in het uitbreidingsproces zit.'

De gehate commissie
Van Schendelen dicht de Commissie dan ook een belangrijkere rol toe in de laatste fase van het uitbreidingsproces. 'Het uitbreidingsproces is uitgedraaid op een continu gevecht tussen Raad, Europees Parlement en Commissie. Het zou heel goed zijn als de Commissie een regisserende rol zou gaan spelen. Dat wil de Commissie zelf ook, maar het lukt haar niet die positie te veroveren omdat de lidstaten geen macht uit handen willen geven.' Hieruit spreekt een verlangen naar de sterke Europese Commissie zoals die bestond in de jaren dat de euro werd voorbereid, onder de Franse Commissievoorzitter Jaques Delors. Die tijden komen echter volgens Biancheri niet meer terug. 'De statuur van de Commissie heeft bij de val van de Commissie Santer een enorme deuk opgelopen. De Commissie is niet meer dan een bureaucratische speler bij het uitbreidingsproces. We hoeven van deze Commissie niet te verwachten dat zij de uitbreiding effectief gaat regisseren. Buiten het feit dat het uiteindelijk een politieke beslissing blijft, heeft de Commissie ook niet genoeg draagvlak. Sterker nog, het is eigenlijk een van de meest gehate instituten van Europa.'

De geest van de Unie
Ricardo Petrella is hoogleraar economie in Leuven en adviseur van de Commissie. Hij was dat ook in de tijd dat Jacques Delors deze leidde. 'De laatste tijd zijn er steeds meer signalen dat de Commissie aan macht inboet. Het idee om de Raad van regeringsleiders permanent voor te laten zitten door een president is daarvan het meest recente voorbeeld. Dat is spijtig want de Commissie heeft een belangrijke rol als transnationaal orgaan, terwijl de Raad een orgaan is waar nationale belangen tot uiting kunnen komen. Bij zo'n groot project als de uitbreiding zou de Commissie juist de ruimte moeten hebben om een belangrijke rol te spelen. De Raad zal, als in de eindfase de onderhandelingen moeilijk worden, allerlei deals willen sluiten met de kandidaat lidstaten. Een sterke Commissie is dan vereist om te waarborgen dat men de Europese verdragen eerbiedigt en de geest van de Unie niet verloren gaat doordat er allerlei overgangsregelingen getroffen worden op moeilijke punten.'

terug naar de index