Nederlandse inbreng in Europese politiek ongecoördineerd goed
van Schendelen: 'Nationale coördinatie is fictie.'

PvdA-fractievoorzitter Melkert betitelde de Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel als 'beneden peil'. Dat zou voornamelijk te wijten zijn aan de slechte coördinatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is maar de vraag of coordinatie helpt. 'Dat visionaire ideeën van Nederlandse politici ontbreken betekent niet dat Nederland een onbelangrijke rol speelt in Europa,' vindt Gareth Harding, freelance journalist in Brussel.

Rinus van Schendelen, hoogleraar Politicologie aan de Erasmus Universiteit, bestrijdt Melkerts idee dat meer coördinatie door een vice-premier voor Europese Zaken Nederland zou helpen in Brussel.'Melkert denkt gelukkig na over Europa, in tegenstelling tot de overgrote meerderheid van het Binnenhof dat met de rug naar Europa leeft. Hij maakt in zijn voorstellen echter een fout. Er is niet één Nederlands belang in Europa. Nationale coördinatie is dan ook een fictie. Het Nederlands belang in Brussel is eigenlijk een optelsom van belangen van verschillende private en publieke organisaties en instellingen, die allemaal hun eigen belangen in Brussel behartigen. Dat doen ze soms goed maar nog zeker niet optimaal.' Pierre Chevalier, voorzitter van de commissie van buitenlandse betrekkingen van de Vlaamse Liberalen en Democraten, heeft echter de indruk dat er aan de prestaties van Nederlandse lobbyisten nogal wat schort. 'Nederlandse lobbyisten zijn slecht vertegenwoordigd in Brussel, zij hechten minder belang aan de aanwezigheid in Brussel dan lobbyorganisaties uit andere lidstaten. Ik merk dat lobbyisten uit sommige andere landen veel actiever zijn dan hun Nederlandse collega's.'

Op de activiteiten van organisaties die lobbyen voor particuliere of non-gouvernementele belangen heeft de rijksoverheid geen invloed. Van Schendelen denkt dat ook coördinatie door de rijksoverheid van organisaties die lobbyen voor de publieke belangen niet altijd gewenst is. 'Centrale oördinatie is hooguit een middel om de belangen van een bepaalde sector, bijvoorbeeld de Rijksoverheid, te bevorderen. Het is geen doel op zich, omdat de hogere kosten van zo'n coördinatie niet altijd hogere baten opleveren. Het idee dat een vice-premier alle Nederlandse belangen zou kunnen behartigen is achterhaald. Dat geldt ook voor de gedachte dat zelfredzaam lobbyende organisaties onwenselijk zijn. In Engeland bijvoorbeeld zie je dat lagere overheden en de private sector zelf hun belangen behartigen in Brussel en dat legt ze geen windeieren. Ook de ministeries gaan in Engeland zelf het Brusselse pad op. In feite kan de centrale overheid als geheel zich hooguit met grote onderwerpen bezig houden, zoals het sluiten van een nieuw verdrag met andere lidstaten.' Gareth Harding, freelance journalist in Brussel, denkt dat Nederland het goed doet in Brussel, maar dat dit niet altijd wordt opgemerkt. 'Dat visionaire ideeën van Nederlandse politici ontbreken betekent niet dat Nederland een onbelangrijke rol speelt in Europa. Nederlandse ambtenaren en lobbyisten doen hun werk uitstekend in de Brusselse circuits en ook de politici zijn bekwaam. De resultaten die in Brussel worden geboekt blijven vaak onopgemerkt omdat de interesse voor Europa in Nederland ontbreekt.' Ook Lo Breemer, lobbyist voor de gemeente Amsterdam in Brussel, vindt dat de Nederlandse ambtenaren en lobbyisten in Brussel goed functioneren. 'Er bestaat een kloof tussen het kundig Nederlands ambtenarenapparaat in Brussel en de Haagse politici die geen idee hebben van wat er in Europa speelt. De technische bijdrage van de Nederlandse ambtenaren in Brussel is goed, maar hier wordt in de binnenlandse politiek nauwelijks aandacht aan besteed. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zou de behaalde successen beter voor het voetlicht moeten brengen.'

terug naar de index