|
EUROPESE AANPAK AFGHAANSE REPATRIËRING ONWAARSCHIJNLIJK Op 13 september kwamen de Europese ministers van Buitenlandse- en Vreemdelingenzaken in Kopenhagen bijeen voor een informele vergadering over een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid. Daar werd onder anderen besloten dat Afghanen die tijdens de laatste oorlog asiel hebben gezocht in de Europese Unie, naar hun land moeten terugkeren. De lidstaten willen de repatriëring, zowel de vrijwillige als gedwongen, het liefst gezamenlijk aanpakken. Maar in de praktijk zijn er nog veel obstakels voor zo'n gezamenlijke aanpak.
Reisbureau De Commissie werkt bij haar voorstel samen met de International Organisation for Migration (IOM). Albert de Dyker, directeur van IOM Nederland, benadrukt het belang van Europese samenwerking bij vrijwillige terugkeer. 'IOM biedt vluchtelingen hulp bij vrijwillige terugkeer. Zij kunnen tenminste rekenen op een vliegticket en een eenmalige ondersteuningsbijdrage. Het IOM wil dit voor Afghanistan uitbreiden met een extra financiële bijdrage (500 dollar per volwassene en 250 dollar per kind met een maximum bedrag van 2000 dollar per gezin) en de mogelijkheid van ondersteuning voor het leggen van contact met familieleden en instanties in Afghanistan.'
'Shoppen' Niet alleen de terugkeervoorwaarden moeten gelijk gesteld zijn, ook de nationale wetgeving over asiel en immigratie houden gemeenschappelijke repatriëringsprogramma's tegen. Zo is er in Duitsland een project waarbij een gezinshoofd met behoud van de vluchtelingstatus, twee jaar terugkeert om een bestaan op te bouwen, terwijl het gezin tijdelijk achterblijft. 'Deze "look and see" regeling is in Nederland door de huidige wetgeving niet mogelijk, terwijl het in andere landen een goede methode blijkt,' aldus De Dyker. 'Dat is jammer, want zo'n regeling kan bijdrage aan een veilige herintegratie en duurzame toekomst van de terugkerende bevolking.'
Wederopbouw en herintegratie
Geen overeenstemming De Dyker denkt dat al binnen 'zeer korte tijd' met de terugkeer begonnen zal worden, zonder dat er overeenstemming binnen de EU is bereikt over de belangrijkste punten van een gemeenschappelijk repatriëringsbeleid. 'Over het vervoer zal men het misschien wel eens worden. Samen chartervluchten boeken is goedkoop en dus in het belang van elke lidstaat, maar andere samenwerking zal niet snel van de grond komen. De terugkeer zal dus grotendeels een nationale aanpak zijn.' De betrokken Nederlandse ministeries lijken met het maken van beleid echter juist de uitkomst van het voorstel van de Europese Commissie af te wachten. 'Het is nu nog onduidelijk hoe de repatriëring vorm zal krijgen, maar in Brussel wordt er binnenkort over gesproken. Na die bijeenkomst zal blijken of het een Europese of nationale aanpak wordt, en naar aanleiding daarvan zullen wij ons beleid pas bepalen,' aldus de persvoorlichter van Justitie.
|