|
Afkalvende steun geen reden versoepelen toetredingscriteria Jarenlang was de steun voor lidmaatschap van de EU in de kandidaat-lidstaten vrijwel unaniem. Aansluiting bij de Europese Unie leek voor de landen in Centraal en Oost Europa een bekroning van het einde van de Koude Oorlog. Opiniecijfers voor toetreding lagen op de -voor democratieën - griezelige hoogten van tachtig procent of hoger. Maar door de werkelijkheid van toetreding zijn er nu vaak minder voorstanders van uitbreiding te vinden dan in de huidige lidstaten. Toomas Ilves, Minister van Buitenlandse Zaken van Estland, noemt de sterke afname van de steun voor toetreding tot de EU onder de bevolking 'zorgelijk'. 'De belangrijkste reden voor de afnemende steun is dat het toetredingsproces zo lang duurt. De eerdere uitspraken van de EU over toetredingsdata waren niet realistisch en hebben valse verwachtingen geschapen. Doordat de datum steeds verder opschuift is het moeilijk om de steun van de bevolking voor toetreding te behouden.' Een andere reden voor de verminderde steun is dat de Oost-Europese bevolking steeds geconfronteerd wordt met de moeilijke kanten van het eenwordings-proces. 'Tot nu toe zijn vooral de nadelen van de toetreding voor de bevolking zichtbaar. Doordat anti-Europese oppositiepartijen alle impopulaire hervormingen wijten aan Europa wordt dit gevoel versterkt. Omdat de anti-Europese partijen inspelen op het gevoel van teleurstelling verwacht ik dat de steun in de nabije toekomst alleen maar verder zal afnemen.' Het zal moeilijk zijn maatregelen te vinden om de publieke opinie weer om te buigen. Volgens PvdA Tweede Kamerlid Frans Timmermans kunnen huidige lidstaten in ieder geval weinig doen. 'De uitbreiding moet zeker niet overhaast worden omdat de steun in de kandidaat-lidstaten afneemt.' Ook versoepeling van de toetredingscriteria, zodat de Oost-Europeanen minder hard geconfronteerd worden met de snelle transitie van hun economieën, is voor Timmermans geen optie. 'De afname van de steun in kandidaat-lidstaten is geen reden om de toelatingscriteria te versoepelen. De criteria zijn er niet voor de huidige leden van de Europese Unie maar om de toetredende landen te beschermen tegen het economisch geweld van Europa.' Ook Bertho Pronk, Europarlementariër voor het CDA, vindt dalende steun voor het toetredingsproces geen reden soepeler om te gaan met de toetredingseisen. 'De toetredingscriteria vormen het fundament van een stabiel Europa na de toetreding. Als de kandidaat-lidstaten toetreden zonder aan alle criteria te voldoen komen ze in zulke grote problemen dat de steun voor het lidmaatschap alleen maar verder zal teruglopen.' In Polen neemt de steun voor het toetredingsproces ook snel af. Volgens Katarzyna Matuszewska, secretary general van de Foundation of European Education in Polen, zijn daar behalve economische ook emotionele redenen voor. 'De steun voor de toetreding is gedaald van 99 procent halverwege de jaren '90 tot minder dan 50 procent nu. Het Poolse platteland is fel tegen de toetreding omdat het door hervormingen in de landbouw zwaar getroffen wordt. Ook arbeiders in de zware industrie vrezen het verlies van banen.' Maar buiten die economische problemen zijn er ook nog dieperliggende problemen van sentimentele aard. 'Polen wordt afgeschilderd als het probleem van Europa dat uiteindelijk wel mag deelnemen maar aan wiens tweederangs burgers voorlopig beperkte bewegingsvrijheid wordt opgelegd. De overgangsregeling voor het vrije verkeer van personen zoals nu met de Commissie besproken wordt leidt tot afname van de steun voor toetreding.'?
|