Kritiek op de stille macht van Javier Solana
Blaauw (VVD): 'Solana moet binnen de Commissie'

Het VVD-Tweede Kamerlid Jan-Dirk Blaauw vindt dat Javier Solana in de Europese Commissie moet worden opgenomen om de democratische controle op het Europees buitenlands beleid te waarborgen. Oud-staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Piet Dankert steunt hem daarin.

In het Verdrag van Amsterdam van 1997 werd besloten tot het aanstellen van een Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Raad, waarin de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zitting nemen. Deze functie werd toegewezen aan Javier Solana, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Spanje en Secretaris-Generaal van de NAVO. Solana stelt zich in toenemende mate op als het gezicht van Europa. Hij maakt echter geen deel uit van de Europese Commissie en kan dus niet ter verantwoording worden geroepen door het Europees Parlement. Jan-Dirk Blaauw, Tweede Kamerlid voor de VVD en voorzitter van de Nederlandse delegatie bij de West Europese Unie, typeert de positie van Solana als 'mistig'. Blaauw: 'Formeel gezien is Solana een ambtenaar, die niet naar huis gestuurd kan worden. Hij is bovendien een persoon die iedere ruimte die hem wordt geboden, ook neemt.' Solana's positie is volgens Blaauw vooral ongunstig voor de kleine landen. 'Het gevaar bestaat dat nationale parlementen, vooral van kleine landen, op buitenlands- en defensiebeleid steeds meer voor "faits accomplis" worden gesteld. Ook bijvoorbeeld waar het gaat om het sturen van troepen voor de Europese Interventiemacht. De beste oplossing hiervoor is Solana binnen de Commissie te halen, zodat hij direct onder controle van het Europees Parlement valt.' Oud-PvdA-staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Piet Dankert wil eveneens dat Solana een 'Eurocommissaris van Buitenlandse Zaken' wordt. Dankert: 'Formeel gezien moet Solana als vertegenwoordiger van de Raad van Ministers indirect gecontroleerd worden door de nationale parlementen, maar dit is fictie.'

Het door Blaauw en Dankert geambieerde commissariaat voor Solana stuit echter op een belangrijke barrière. Frankrijk wil teveel macht van de Commissie op buitenlandspolitiek terrein voorkomen. Maarten Brands, Directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam is 'de positie van Solana, een soort mandataris van de Unie, een volstrekte anomalie die destijds door de Fransen is bedacht om zijn afstand tot de Commissie, en nog belangrijker, tot Washington te waarborgen.' Anand Menon, directeur van het European Research Institute van de Universiteit Birmingham, stelt dat het creëren van de post 'met name voor de Fransen een precedent schept om via ad-hoc functies de Commissie te omzeilen en de communautaire methode te frustreren.' Frankrijk is dus tevreden met Solana waar hij nu zit. Blaauw erkent het obstakel en stelt een tussenoplossing voor: de creatie van een Europese Veiligheids- en Defensie Assemblee, waar regelmatig overleg met Solana en de Raad moet plaatsvinden. De huidige WEU-Assemblee zou hiervoor de basis moeten vormen. Blaauw: 'De nieuwe coördinerende Assemblee moet bestaan uit nationale en Europese parlementariërs, die overleggen met Solana voor hij beslissingen neemt. De nationale en Europese parlementen moeten de besluitvorming daarna versterkt controleren.' De huidige WEU-Assemblee herbergt ook niet-EU-leden, maar dit is voor Blaauw geen probleem. 'Het Europees veiligheidsbeleid is breder dan de Unie van vijftien, zoals nu ook in vredesoperaties op de Balkan blijkt.' Jan-Marinus Wiersma, Europarlementariër voor de PvdA, ondersteunt het idee van een assemblee, maar wil die niet op basis van het WEU-orgaan vormen. 'De assemblee moet in het EU-verdrag worden opgenomen. Psychologisch zou het goed zijn om een nieuwe start te maken in het kader van een nieuw Europees veiligheidsbeleid. De niet-EU-landen zouden daar best bij kunnen zitten, maar alleen als waarnemer. Een formele scheiding is nodig, want het gaat om het beleid van de Europese Unie.' Brands vindt het gebrek aan democratische controle 'eigenlijk het minste probleem van het Europese veiligheidsbeleid'. Brands: 'Er zijn veel belangrijker problemen, bijvoorbeeld dat de lidstaten het over het doel van dat beleid en de financiering ervan helemaal niet eens zijn. Met teveel democratische controle zou het hele integratieproces, een eliteproject, de afgelopen decennia nauwelijks zijn opgeschoten.'?

terug naar de index