Zalm: Kosten uitbreiding voor Nederland 5 miljard

Gerrit Zalm wil dat de totale begroting van de EU na de uitbreiding met niet meer dan 50 à 60 procent stijgt . De Minister van Financiën denkt dat de som die Nederland extra moet bijdragen aan de Europese begroting na de uitbreiding op zo'n 5 miljard per jaar gaat neerkomen. Hij blijft echter kien op het behalen van besparingen en ziet daarvoor mogelijkheden in een gedeeltelijke renationalisatie van het landbouwbeleid.

Op het jaarlijkse VVD congres liet VVD Tweede Kamerlid Weisglas zich kritisch uit over de kosten die de uitbreiding met zich meebrengt voor Nederland. Anonieme diplomaten in Brussel noemden vorige week een bedrag van 5 miljard gulden dat Nederland jaarlijks extra zou moeten bijdragen aan de Europese begroting. Zalm is nog aan het rekenen maar denkt dat 'het bedrag wel ongeveer van die grootte zal zijn. Nu wordt er voor de vijftien EU landen met een totaal van 110 miljard gulden aan extra kosten rekening gehouden. Dan kom je daar ongeveer wel op uit.'

Hoewel Zalm dus meer begrip heeft voor de kosten van de uitbreiding dan zijn partijgenoten, legt hij zich op voorhand bij geen enkele rekensom neer. 'Bij het doen van extra uitgaven moet er gezocht wordt naar besparingen zodat de begroting niet oneindig blijft groeien. De totale begroting van de Europese Unie mag na de uitbreiding maximaal met vijftig tot zestig procent stijgen.' Twee doelwitten voor besparingen zijn het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de structuurfondsen.

Bondskanselier Schröder stelde in zijn uitgelekte plannen over de hervorming van de Europese Unie voor het landbouwbeleid te renationaliseren. Dit is voor de Fransen een gruwel, maar Zalm ziet er wel wat in. 'Als je een Poolse boer dezelfde inkomenssteun gaat geven als de Franse boeren nu krijgen, wordt deze automatisch de enige rijkaard in Polen. De steun die direct aan boeren wordt gegeven in de vorm van inkomenssteun kun je daarom beter renationaliseren.'

Het tweede doelwit zijn de structuurfondsen. Polen, Hongarije en Tsjechië zullen waarschijnlijk allemaal op steun uit de fondsen kunnen rekenen, en de huidige ontvangers van Europese gelden vrezen dat dit ten koste zal gaan van hun eigen subsidies. Zalm is daar duidelijk over. 'Voor de rijke landen zijn structuurfondsen niet nodig. Dat leidt alleen maar tot het onnodig rondpompen van geld. De enige drie voor wie er nog een overgangsregime moet komen zijn Spanje, Portugal en Griekenland.' Zalm voorziet kritiek uit een onverwachte hoek. 'De Commissie zal niet blij zijn omdat ze minder geld te besteden krijgt in de rijke landen. En dus minder macht krijgt.'

Nederland verklaarde voor de laatste onderhandelingen over de Europese budgetten in 1999 in Berlijn dat zij 1.3 miljard minder wilde bijdragen aan de Europese begroting. Dat was wel erg vrekkig 'centen schrapen', volgens sommigen. Zalm is echter trots op wat er in Berlijn bereikt is. 'De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten, dat is ook een goed sociaal-democratisch principe. Netto betalen is geen probleem, maar vóór de top in Berlijn droeg Nederland teveel bij als je keek naar ons nationaal inkomen. Onze bijdrage moet zich ook in de toekomst verhouden tot de bijdrage van andere landen.' Om de uitbreiding te versnellen zullen op sommige gebieden overgangsregelingen getroffen worden. Zo willen Duitsland en Oostenrijk, uit angst voor de instroom van goedkope arbeidskrachten, ook na toetreding de grenzen voor enige tijd tegen houden voor inwoners van de nieuwe lidstaten. Zalm wijst dit af. 'Ik heb er meer begrip voor als toetreders om uitzonderingsbepalingen vragen dan als sterke economieën als Duitsland en Oostenrijk dat doen. Dat zijn sterke economieën die een stootje kunnen hebben. Zij hebben geen extra schuttinkjes nodig om hun arbeidsmarkt te beschermen.'?

terug naar de index