|
Nederlands begrip voor Duitse kritiek op Nederlands euthanasiebeleid
Leen van Dijke (ChristenUnie) begrijpt de woede in Duitsland over de Nederlandse euthanasiewetgeving: 'zij zien dat op euthanasiegebied de geest uit de fles is in Europa'. Heleen Dupuis (VVD) vindt dat lidstaten zich niet met elkaar moeten bemoeien als het gaat om zaken uit het privé bestaan. Duitse politici maken zich kwaad over de onlangs in Nederland aangenomen euthanasiewetgeving. Dit werpt de vraag op in hoeverre lidstaten zich met andere lidstaten mogen bemoeien als het gaat over zaken op het terrein van normen en waarden. De christen democratische CDU/CSU onderzoekt op dit moment of zij, op basis van artikel 2 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens, Nederland voor het Europees hof van justitie kan dagen. De CSU minister van volksgezondheid van de deelstaat Beieren, Eberhard Sinner, legt uit waar zijn partij zo boos over is. 'De Nederlandse wetgeving op het gebied van euthanasie werpt enorme ethische vragen op. Hoewel passieve euthanasie is toegestaan is actieve euthanasie op verzoek van de patiënt in Duitsland een misdaad. Als de grenzen tussen deze twee verdwijnen, begeeft men zich op een hellend vlak waar het van kwaad tot erger gaat. Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat Duitsland zich bij het Nederlands standpunt aansluit. Dit probleem is niet alleen een Nederlandse zaak maar heeft zeker een Europese dimensie; als de visies op het gebied van euthanasie in Europa zo uiteen lopen vrees ik voor regelrecht euthanasietoerisme.' Leen Van Dijke, fractievoorzitter van de Christen Unie, vindt dat niet ondenkbaar en voegt daar aan toe dat 'met deze wet de geest voor heel Europa uit de fles is en ander landen dus het recht hebben Nederland op het scherpst van de snede op deze wetgeving aan te spreken. Nederland is met deze wetgeving een buitenbeentje in de wereld en zij moet dan ook niet de illusie hebben dat zij dit beleid kan uitleggen. In mijn ogen zijn de gevoelens van de Duitsers legitiem, want deze wet tast de basiswaarden van de Europese gemeenschap aan.' Heleen Dupuis hoogleraar in de medische ethiek en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, denkt dat de Duitsers voor het Europees Hof weinig kans maken. 'Recht op leven betekent nog niet dat er een plicht tot leven bestaat. De ophef in Duitsland is gebaseerd op fundamentalisme dat de discussie vertroebelt. De mensen die nu zo'n ophef maken hebben zich helaas nooit echt in de feitelijke Nederlandse euthanasie wetgeving verdiept.' Hoewel PvdA Tweede Kamerlid Thanasis Apostolou tegen de huidige euthanasiewet is, heeft ook hij bedenkingen bij een eventuele rechtszaak omdat hij bang is dat een zaak bij het Europese Hof de discussie op een verkeerde manier kan beďnvloeden. 'Als je naar het Hof stapt moet je heel zeker van je zaak zijn. Als het Hof Nederland gelijk geeft kunnen tegenstanders zeggen "zie je wel er is niets aan de hand."' Apostolou heeft er geen problemen mee dat de Duitsers met Nederland een debat willen voeren over euthanasiewetgeving in Nederland: 'De euthanasiewet heeft mentale consequenties voor alle Europeanen omdat het denken over euthanasie alle landen beďnvloedt. Net zoals wij lidstaten aanspreken op zaken waar wij ons zorgen over maken mogen de andere lidstaten ons ook op ons beleid aanspreken.' Dat Europese lidstaten zich met elkaar bemoeien vindt Dupuis geen probleem maar ze trekt wel grenzen. 'Als het gaat om normen en waarden zou je een tweedeling kunnen maken tussen het publiek bestaan en het privé bestaan. Onder de laatste vallen zaken als de dood en voortplanting. Als het gaat om zaken die het publiek bestaan raken is een Europese discussie logisch en regelgeving vaak wenselijk maar als het gaat om het privé bestaan, dan moet de nationale overheid zich daar niet te veel mee bemoeien. Dat geldt dan zéker voor overheden van andere lidstaten of supranationale organen. Die moeten zich op dat terrein helemaal niet met de individuele lidstaten bemoeien.'
|