Column
uit het kabinet
Waarin een klein land groot kan zijn.

Het grote voordeel van een klein land is dat veranderingsprocessen makkelijker tot stand kunnen komen dan in een groter land. De Nederlandse flexibiliteit heeft zich in het verleden al op vele onderwerpen bewezen, maar nu kan een nieuw onderwerp aan het rijtje worden toegevoegd: ons hoger onderwijsbeleid.

Half mei was ik bij een ministersconferentie in Praag, waar gesproken werd over de vorderingen van het 'Bologna-proces'. In Bologna is twee jaar geleden afgesproken met een dertigtal landen dat we gemeenschappelijk toe zullen werken naar een beter vergelijkbaar hoger onderwijssysteem. Deelnemende landen zullen overgaan op een Bachelor-Mastersysteem, dat gebaseerd is op twee cycli; undergraduate en graduate. Heldere afspraken over diploma's, titulatuur en kwaliteitszorg zullen het makkelijker maken voor de student om de grens over te gaan. De internationale concurrentie tussen instellingen voor hoger onderwijs zal toenemen en logischerwijs zal daarmee de kwaliteit van instellingen moeten toenemen, zodat de Student van Morgen in Nederland binnenkort terecht zal kunnen bij topinstellingen.

Naast andere landen (o.a. Italië, Duitsland en België) zijn we in Nederland hard aan de slag gegaan om de veranderingen zo snel mogelijk te kunnen laten plaatsvinden, zodat de Nederlandse student straks een voorsprong heeft op die in het buitenland. In Nederland zal vanaf 2003 de bachelor/masterstructuur ingevoerd worden. Vanaf dat moment hebben Nederlandse studenten meer keuzemogelijkheden en minder drempels om de grens over te gaan.

Daarnaast lopen we in Nederland mee in de voorhoede van Europa met ons nationale initiatief om een kwaliteitszorgsysteem te ontwikkelen waarbij een onafhankelijke instelling beoordeelt of een opleiding aan basiseisen van kwaliteit voldoet. Tevens hebben we, samen met Vlaanderen, een internationaal initiatief ontwikkeld waarbij we elkaar wederzijds willen gaan informeren over het denken over accreditatieprocessen. Wat zijn de taken en verantwoordelijkheden van accreditatieorganen? In hoeverre is samenwerking met andere landen mogelijk? We kunnen bijvoorbeeld elkaars standaarden toetsen, maar ook elkaars accreditatiesysteem erkennen en benchmarking stimuleren. Door middel van samenwerking hopen we onze kennis en ervaring te kunnen delen met het buitenland en ook te leren van ervaringen in het buitenland. Dit initiatief werd in Praag met open armen ontvangen. Vlaanderen, Duitse deelstaten, Zweden en Catalonië hebben aangegeven bereid te zijn mee te doen en Denemarken en Ierland toonden grote belangstelling.

Ten slotte, en daarin loopt Nederland echt vooruit op de troepen, wordt het binnenkort mogelijk studiefinanciering mee te nemen naar het buitenland. Hiermee trachten we de internationale mobiliteit van studenten zoveel mogelijk te stimuleren. Het is immers een groot goed om je kennis tijdelijk in het buitenland te kunnen opdoen: door dit opsnuiven van andere culturen zullen studenten zich als ware Europeanen kunnen ontwikkelen. Waarin een klein land groot kan zijn...

Loek Hermans Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

terug naar de index