|
c o l u m n Bij de komst van de Euro Nog maar enkele maanden, en de Euro komt in omloop. Eigenlijk is dat al zo sinds 1999, maar hij heeft nu nog de vorm van guldens, marken, lires. Dat had zo kunnen blijven. Maar door ook de vorm aan te passen willen de regeringen iedereen doordringen van de stap, die is genomen, en van de onomkeerbaarheid van die stap. Onomkeerbaarheid betekent echter niet, dat succes is verzekerd. Evenmin, als het verbranden van de bruggen achter je garandeert dat je de bestemming vóór je bereikt. Niemand kan zich een mislukking veroorloven, maar ook dat garandeert geen succes. Succes vereist, dat allen zich aan hun verplichtingen houden. En dat gaat niet vanzelf. De verplichtingen zijn neergelegd in het Verdrag van Maastricht, en nader uitgewerkt in het stabiliteits- en groeipact. Die inzake de monetaire unie beogen te waarborgen, dat de Europese Centrale Bank in haar beleid voorrang geeft aan prijsstabiliteit, en daarbij niet is onderworpen aan politieke druk. De verplichtingen inzake de economische unie willen vooral zekerstellen, dat de overheidsfinanciën van de lidstaten struktureel in evenwicht zijn; zonder dat zou het monetaire beleid bij streven naar prijsstabiliteit worden overbelast, en komt in de praktijk ook van de zelfstandigheid van de centrale bank niets terecht. Hoe loopt het tot nu toe? Niet altijd even geruststellend. Wat de centrale bank betreft, een belangrijke voorwaarde voor haar onafhankelijkheid is de vaste ambtstermijn van de president en de overige directieleden: het verdrag beoogt hier iedere politieke onzekerheid te vermijden. Maar zoals bekend, die onzekerheid is er nu wèl, en sommige politici wekten de indruk het met de verdragsverplichtingen niet zo nauw te nemen, als hen dat zo uitkwam. Wat de overheidsfinanciën betreft, vooral de regeringen van Duitsland en Nederland onderstreepten dat de eisen waaraan deelnemers moesten voldoen niet zouden worden opgerekt. Maar zij zijn wél opgerekt. En ten aanzien van de eisen van het stabiliteits- en groeipact stelde de Europese Commissie nog maar kort geleden vast, dat de lidstaten hier 'meer ambitieus' te werk moeten gaan, vooral in het licht van de financiële gevolgen van de vergrijzing. Zonder strukturele hervormingen worden de bestaande pensioenregelingen onbetaalbaar. Daarmee kan de monetaire unie in grote problemen komen. Door een gezamenlijke munt te aanvaarden zijn we monetair en financieel elkaars binnenland geworden. Maar de politieke implicaties daarvan worden nog niet algemeen beseft en aanvaard. Dat is pas te verwachten, als Europa wordt gezien als méér dan een markt en een munt, en de EMU als een stap in een voortgaand proces van integratie. De EMU wordt pas een succes, als men beseft dat zij kan mislukken. Dr André Szász is oud-directeur van De Nederlandsche Bank en emeritus bijzonder hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit
|