Van Mierlo en Couzy tegen gebruik NAVO-Artikel 5

Couzy: 'buitenlandse veiligheidsdiensten heroprichten'

Volgens oud-minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo is NAVO-Artikel 5 'niet geschreven' voor terrorisme. Oud-generaal Couzy vindt het artikel 'onterecht gehanteerd'. Hij wil dat Nederland het terrorisme bestrijdt door heroprichting van zijn buitenlandse veiligheidsdiensten uit de Koude Oorlog.

Een dag na de aanslagen op de Verenigde Staten bekrachtigden de Europese NAVO-lidstaten formeel hun steun aan Amerika. Dit gebeurde, voor de eerste maal in de geschiedenis van het Noord-Atlantisch Bondgenootschap, door het van toepassing verklaren van NAVO-artikel 5. Dit artikel beschouwt een aanval op één der lidstaten als een aanval op alle NAVO-landen. Hans van Mierlo, oud-minister van Buitenlandse Zaken, plaatst hierbij grote vraagtekens. Van Mierlo: 'Ik heb geen behoefte om aan de uitingen van solidariteit enige afbreuk te doen, maar artikel 5 is voor deze situatie niet geschreven. Ik ben geen voorstander van het symbolisch gebruik van dit artikel, dat is een beetje gevaarlijk.

"Oorlog" is een valse term wanneer het om puur terrorisme gaat en maakt de situatie voor mij alleen maar erger. Terrorisme is een groot probleem dat Europa samen met de Verenigde Staten heeft en samen met de VS moet bestrijden, maar dit moet gewoonweg los van het NAVO-artikel gebeuren. De VS zouden op hun beurt het CO2-probleem als een gemeenschappelijk probleem moeten zien.' Ook oud-stafchef van het Nederlandse leger Hans Couzy laakt het gebruik van het artikel. 'Artikel 5 is een merkwaardig hulpmiddel dat onterecht wordt gehanteerd. Het convenant van de NAVO regelt de verhouding tussen landen, en het gaat hier niet om een conflict van de NAVO-lidstaten met een land als tegenstander. Dit is bovendien helemaal geen oorlog, maar een terreurdaad.' Hans van Baalen, Tweede Kamerlid voor de VVD, interpreteert Artikel 5 op een andere manier. Van Baalen: 'De interpretatie van Van Mierlo en Couzy is te eng. Het NAVO-artikel biedt ook ruimte voor collectief optreden tegen terrorisme van buiten dat één NAVO-lidstaat treft. Daarmee is terrorismebestrijding niet meteen gelijk aan oorlog.'

PvdA-kamerlid Bert Koenders is dit met Van Baalen eens. 'Halverwege de jaren negentig is het strategisch concept van de NAVO aangepast, zodat Artikel 5 ook van toepassing kan zijn op terroristische aanslagen. Bovendien is er nog geen oorlogssituatie uitgeroepen. Dit is een solidariteitsverklaring, geen blanco cheque.' Volgens Couzy is het NAVO-besluit wel degelijk gevaarlijk. 'We lopen nu het risico meegezogen te worden in vergeldingsacties tegen Bin Laden of Afghanistan. In de praktijk zal het moeilijk zijn steun te weigeren als Amerika daarom vraagt, althans zonder gezichtsverlies.' Deze mening wordt gedeeld door het SP-kamerlid Harry van Bommel. 'Het risico bestaat dat Nederland en de andere NAVO-lidstaten nu formeel medeverantwoordelijk worden gesteld voor een situatie waarbij de Verenigde Staten hard en ongericht militair geweld gebruiken, waarop geen invloed mogelijk is. Dit is buitengewoon riskant.' Volgens Couzy is terrorismebestrijding niet in de eerste plaats een defensietaak. 'De strijd tegen het terrorisme moeten de inlichtingendiensten verder voeren. Overal, met name ook in Nederland, zijn deze diensten te lang als een noodzakelijk kwaad gezien en naïeve wijze verwaarloosd.' Couzy pleit daarom voor een 'heroprichting' van de Nederlandse buitenlandse veiligheidsdiensten, die onder Lubbers werden afgeschaft. 'Deze diensten werden opgeheven na allerlei persoonlijke ruzies, en vanuit het idee dat ze na het einde van de Koude Oorlog niet meer nodig waren. Maar een democratie zal zich toch moeten beschermen. Een Europese veiligheidsdienst zie ik niet ontstaan, want daar bestaat onvoldoende democratische controle op'

terug naar de index