|
column Europa: het onvindbare continent Alle continenten zijn "uitgevonden", maar Europa meer dan de andere. De bemanning van een Martiaans ruimteschip zou nooit op het idee komen dat Europa een afzonderlijk werelddeel is. Het concept "Europa" is, zoals zoveel dingen, uitgevonden door de Grieken. Niemand minder dan Herodotos zag reeds is dat de indeling van de wereld in Europa, Azië en Libië (het latere Afrika) een conventie was en dus kritiseerbaar (in haar recente boek Herodotus in Context laat Rosalind Thomas dat mooi zien). Zoals vroeger de Grieken wordt ook nu de Europese Unie geconfronteerd met de vraag tot waar "Europa" zich uitstrekt. De Grieken opteerden voor de Oeral, in Brussel zoekt men het westelijker: ongeveer langs de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie. Gelet op de imperiale geopolitiek van de Twintigste-eeuwse wereld is dat vrij logisch. De Europese Unie zal zich omstreeks 2050 uitstrekken tot aan de grenzen van Rusland. De toekomst van de Oekraïne en Turkije is onzeker. Europa kan ophouden bij Adrianopel en Odessa, het kan ook wat verder gaan. In het zuiden zal de Middellandse Zee de grens blijven, ook al zullen de economische en culturele banden met de Afrikaanse noordkust in de toekomst sterker worden. Intussen vormt zich in de Euro-zone een kern-Europa dat, meer dan de rest van de EU, het karakter van een proto-staat zal aannemen. Ik weet het: menig politicus roept dat er geen eerste- en tweederangs-leden van de EU mogen zijn. Maar in de praktijk is dat al zo. In de Euro-zone zullen nieuwe, verdergaande vormen van federalisering worden uitgeprobeerd. Daarna zullen ze naar de buitenring geëxporteerd worden. We zullen de komende tijd nog vaak te horen krijgen dat het "eigenlijk" zo niet moet, maar gebeuren zal het. De euro-zone is gelukkig net groot genoeg om Frans-Duitse dictaten onmogelijk te maken. Maar ook zonder dat gevaar wordt het nog interessant genoeg. Twee problemen dienen zich in elk geval aan. Het eerste betreft de economische politiek. De neo-liberale consensus van de jaren tachtig en negentig brokkelt af: mondialisering en globalisering worden niet meer alleen als oplossingen maar ook als problemen gezien. Er ligt echter geen duidelijk alternatief op tafel. Sommige feiten geven te denken. Het Franse dagblad Le Monde(21-8-2001) publiceerde onlangs de resulaten van een onderzoek naar de twaalf grootste mega-fusies van de laatste paar jaar. Het blad vergeleek de huidige beurswaarde van de nieuwe giganten met de som van de beurswaarde van de koper en het bedrag van de aankoop. Resultaat: 800 miljard Euro aan beurswaarde is in het niets verdwenen. Waar fusies gefinancierd worden door aandelen-uitgifte daalde de waarde per aandeel vaak drastisch. In zeven van de twaalf gevallen daalden de koersen met percentages tussen de 20 en de 75%. Werd met geleend geld gewerkt, dan zijn de rente-lasten een probleem. Die dalen immers niet mee met de koersen van de gefuseerde ondernemingen. Tenslotte zijn er de sociale kosten. In de calculatie van Le Monde zijn die onzichtbaar, omdat ze op de nationale staten worden afgewenteld. De fusie-markt vertoont maar weinig overeenkomsten van de ideale markten in de neo-klassieke economische theorie. Het is, vrij naar Clausewitz, meer een voortzetting van de oorlog met economische middelen, zoals "vijandige overnames." De Europese Unie zal de kapitaalmarkt moeten reguleren, maar hoe? Het Europese parlement heeft recentelijk een richtlijn over "vijandige overnames" tegengehouden. Commissaris Bolkestein is terug bij af en bereidt een nieuw voorstel voor. Welke randvoorwaarden zullen daarin zitten? Andere thema's zullen ook om een EU-reactie vragen, zoals de beroemde Tobin-tax die na een periode van politieke onzichtbaarheid ineens weer volop in de belangstelling staat. En de sociale politiek: komt er op den duur een Europese verzorgingsstaat of gaat ieder land zijn eigen, wellicht doodlopende weg? Op de achtergrond speelt de oude kwestie van het wenselijke karakter van de Europese samenwerking. Wordt het een opgetuigde vrijhandelszone (het Britse dogma uit het pre-Blair tijdperk) of wordt het een proto-staat. Het laatste zegt niemand te willen, maar met de creatie van de Euro is er feitelijk een definitieve stap gezet op de weg naar het "dirty F-word". Een ander probleem is het Europese volk, of liever het gebrek daaraan. Ook hier leverde Le Monde een interessante bijdrage: onder de welsprekende titel "Rendez leur souveraineté aux Européens!" (7-8-2001) betoogde de nationaal-Gaullist Charles Pasqua dat de lage opkomst bij Euro-verkiezingen en de nee-meerderheden in sommige landen niet veroorzaakt worden door een gebrek aan "transparantie" zoals de Brusselse technocraten menen, maar door regelrechte afkeer. Volgens Pasqua zeggen de burgers gewoon nee omdat ze er tegen zijn. Hij stelt voor de Europese burgers rechtstreeks te laten stemmen over de grote hervormingen van de EU. Als ze tegen zijn, dan gaat het niet door: Zo simpel is dat! Pasqua onthoudt zich wijselijk van commentaar op de Euro en dat soort dingen, en hij doet geen enkel concreet voorstel. Maar zijn kijk op het project Europa wordt door veel mensen gedeeld, in en buiten Frankrijk. Als het project niet op een democratische consensus berust, zegt Pasqua, waar is het dan goed voor. Hij schrijft met grote minachting over de uitlatingen van Romano Prodi. Prodi heeft het veel over transparantie en communicatie maar in het geheel niet over democratie: "il faut admettre que les peuples ont toujours raison, même si des élites pensent qu'ils se trompent ... Tout autre discours, aussi fleuri soit-il en promesses de toute nature, n'est que le plaidoyer pro domo d'une aristocratie qui a volé leur souveraineté aux peuples européens, qui ne veut pas la leur rendre, et qui s'inquiète de voir que ça ne marche pas." Men hoeft het niet voor honderd percent met Pasqua eens te zijn, maar hij heeft de gevoelige zenuw wel precies geraakt. Naarmate de Europese Unie, vooral in de Euro-zone, meer het karakter van een proto-staat krijgt, zal het moeilijker worden om zonder behoorlijke democratische legitimiteit op deze weg verder te gaan. Niet allen in geografisch opzicht is het onzeker waar Europa ophoudt. Siep Stuurman is hoogleraar Europese Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
|